Nou, en toen werd mij mijn rijbewijs op brute wijze ontnomen. Oké, eerlijk gezegd was het mij gewoon ontschoten het te verlengen en wat blijkt: dan kun je maar beter even niet gaan rijden.
“Nou ja, het kán wel, maar dan moet je héél voorzichtig rijden”, zei vriendin 1.
Zij keek mij benauwd aan.
Ik keek benauwd terug.
Eerlijk gezegd wil ik altijd vooral andere auto's inhalen, ik snap ook niet goed waarom (zal wel iets uit de oertijd zijn).
"Ik heb natuurlijk op zich de skills wel', zei ik.
"Het lijkt me beter van niet, Jacq”, zei vriendin 1.
"Er is geen enkele vrouw die zo smooth rijdt als ik", zei ik.
"Het lijkt me beter van niet, Jacq", zei vriendin 1.
"Ik rij die kutwijven er allemaal uit!!!", zei ik.
"Het lijkt me beter van NIET, JACQ", zei vriendin 1.
Dus toen besloten we dat het beter was dat ik even niet per automobiel de weg op zou gaan, totdat ik mijn nieuwe rijbewijs had. Kwestie van dagen, natuurlijk. Alleen nog even een pasfotootje.
“Gaat u daar maar zitten”, zei de pasfotograaf.
Ik ging daar maar zitten. Ik schikte mijn haren. Ik oefende mijn gezichtsspieren. Ik schikte nogmaals mijn haren (luistert heel nauw, ik heb niet erg geschikt haar).
“Maakt u even de oren vrij”, zei de pasfotograaf.
“Maar dan is mijn hele haar niet meer hoe het bedoeld is”, riep ik paniekerig
“Ik móet de oorlellen zien”, zei de pasfotograaf onverbiddelijk.
"De oorbellen??', zei ik.
'De oorLELLEN', zei de pasfotograaf.
Lamgeslagen propte ik mijn haar achter mijn oren en ik dacht: oorlellen, oorlellen, oorlellen, wat een ongelooflijk ranzig woord is dat eigenlijk!!!
De pasfotograaf legde zijn oog op de camera.
Lamgeslagen stopte ik mijn haar achter mijn oren.
“Daarrr komt hij”, zei de pasfotograaf.
Ik maakte een glimlach.
De pasfotograaf haalde zijn oog van de camera.
“U mag niet glimlachen”, zei de pasfotograaf.
“Wat moet ik dan doen”, zei ik.
“Totaal niks”, zei de pasfotograaf.
En daarom deed ik totaal niks.
De foto waarop ik totaal niks deed, was desalniettemin totaal veelzeggend. Het was een foto waarvan ik later tegen vriendin 1 zei: “Ik was dus altijd al bang dat ik er in het echt zo uitzie en ja hoor het is dus zo.' Een angstaanjagende mix van een geroutineerde vrouwelijke seriemoordenaar (en die komen maar donders weinig voor hè) en een schuwe Twentse bakkersvrouw (die heb je nog wél veel) staarde mij in het gezicht.
“Deze foto weerspiegelt niet de kern van mijn persoonlijkheid”, zei ik tegen de pasfotograaf.
(Ik weet ook niet hoe ik daarop kwam, maar op zich best wel een sterke tekst.)
De pasfotograaf boog zijn gezicht over de foto.
Toen keek hij naar mij.
“Dit is gewoon wie u bent”, zei de pasfotograaf.
“U hebt gelijk”, zei ik verslagen, en ik betaalde hem tien euro.
9 juli 2009
ik ben een vrouwelijke seriemoordenaar
30 juni 2009
inclusief alle Michael-oeh'tjes
In een ver, ver verleden was ik in stilte verliefd op de knapste jongen van de school. Hij had een brommer, ik een bril (model Lee Towers).
Maar op een dag zou hij mij ineens wél zien staan (ik zou ooit contactlenzen mogen) en met die vurige hoop in mijn hart schreef ik in mijn dagboek met zwierige letters de tekst van het prachtige liedje One Day In Your Life, dat de toen nog jonge Michael Jackson met zoveel oprechte gevoeligheid zong dat mijn brillenglazen besloegen van de tranen erachter. Oh man, ik heb zoveel gehuild op liedjes van Michael Jackson, misschien wel bijna zoveel als Michael om zichzelf.
Enfin, ik was op vakantie toen Michael doodging, zul je altijd net zien. Het is best lastig om op vakantie te zijn bij Grote Gebeurtenissen. Vooral omdat je in den vreemde nooit zo goed kan aanvoelen of de mensheid lamgeslagen voor de tv zit, of gewoon doorgaat met barbecuen – en je dus nauwelijks kunt inschatten of het eigenlijk wel zin heeft om er een stukje voor de krant over te tijpen.
“Leeft michael J een btje bij de Nedrelandres”, sms'te ik daarom naar vriend A., omdat die altijd wel een aardig gevoel heeft voor hoe Grote Gebeurtenissen bij het Grote Publiek landen en hoe lang de Grote Gevoelens daaromtrent ongeveer duren.
“Nee, Michael is doot :-/”, sms'te vriend A. terug.
Dus daar had ik ook niet veel aan.
Misschien is het daarom gewoon leuk om even te melden dat ik en mijn reisgezelschap tot in lengte der dagen niet zullen vergeten waar we waren toen Michael dood bleek te zijn: In Istanbul, op de achterbank van een taxi die werd bestuurd door een taxidriver met een snor en een doodswens. “Can you find Michael Jackson on the radio please?”, schreeuwde ik nadat we een tijdje geschokt stil waren geweest van Het Vreselijke Nieuws. En aldus geschiedde het dat wij over de Bosporusbrug vlogen en luid Billie Jean meezongen door de open ramen. Inclusief alle Michael-oeh'tjes, want die zijn dus heel belangrijk.
(Met mijn stille liefde is het overigens niets geworden. Heb nog een jaar of honderd op hem gewacht, maar iemand twitterde mij onlangs dat hij al jaren door Amsterdam zwerft. Zonder brommer of wat.)
10 mei 2009
misschien heb ik hier een dubbelgangster
Er is natuurlijk niemand zoals ik. Maar wie ik dan ben, daarover lopen de meningen uiteen. Zo riep een man op Kantoor vorige week naar mij: “Hee jacq, moet jij niet naar de secretaressedag?!” Zwaaide vriendelijk, stak een duim op. Ik keek hem wezenloos na, en het gevoel in mijn binnenste was: beteuterd.
(Laat ik er direct bij zeggen dat ik dus niets tegen secretaresses heb. Eerlijk gezegd lijkt het me best een leuke baan. Je hoort alles, je ziet alles, en je hoeft toch geen verantwoordelijkheid te dragen voor de gruwelijke fouten en pijnlijke missers die je baas maakt. Bovendien: de meeste secretaresses die ik ken lachen hun leidinggevende achter zijn rug keihard uit, en dat vind ik zelf ook altijd heel leuk om te doen. Keihard lachen is echt het mooiste wat er is, het maakt je supergezond en zo!!! Misschien dus dat ik in een volgend leven secretaresse word, geloven jullie in een volgend leven? Ik soms wel en soms niet.)
Ik weet niet goed waarom, maar toch vervolgde ik enigszins geknakt mijn weg. En toen kwam ik óók nog het onderhoudsmannetje tegen. Nergens waren de wc's, die er dus normaal gesproken wel zijn.
"Hee jacq, moet jij niet naar de secretaressedag!?", zei het onderhoudsmannetje.
"Zie ik eruit alsof ik iemand zijn secretaresse ben dan", zei ik en mijn stem sloeg een beetje over.
"Je ziet er prachtig uit, met jouw lange blonde haren die dansen op jouw rug als je loopt", zei het onderhoudsmannetje.
"Wat denk je eigenlijk dat ik voor werk doe", zei ik met schrille stem.
"Dingen met de post?", zei het onderhoudsmannetje bang.
"Dingen met de post?!", zei ik geschokt.
"Ik zie jou vaak aan enveloppen likken", zei het onderhoudsmannetje angstig en tegelijkertijd verlekkerd, een tamelijk griezelige combinatie.
"Ik lik nooit aan enveloppen", zei ik.
"Je likt wel", zei het onderhoudsmannetje.
"Ik lik niet", zei ik.
"Wel", zei het onderhoudsmannetje.
"Niet!", zei ik verbeten.
"Wel!!", zei het onderhoudsmannetje fel.
"Misschien heb ik hier een dubbelgangster die wél aan enveloppen likt", zei ik.
"Nee, er is hier niemand zoals jij", zei het onderhoudsmannetje en hij keek mij betekenisvol in mijn ogen.
En hij liep van mij weg en ik keek hem wezenloos na en het gevoel in mijn binnenste was: nou ja, gevleid. Ook had ik een plots verlangen tot het likken aan enveloppen, maar dat verlangen zou waarschijnlijk snel wegtrekken, meende ik.
9 mei 2009
ja hallo, je bent geen prinses of zo
Ging het ineens over of mannen galant moeten zijn.
“Ik vind dat mannen galant moeten zijn”, zei vriendin S.
“Ik ook, ik ook”, zei vriendin M.
“Hm...”, zei ik.
“Wat vind jij dan, Jacq”, zeiden vriendin S. en M. tegelijkertijd.
Ik vouwde mijn linkerbeen onder mijn rechter. Daarna vouwde ik mijn rechterbeen onder mijn linker. Het zat niet echt lekker, maar anders moet je al je benen weer terugvouwen dus ik liet het even zo.
“Ik vind een knap gezicht een eerste vereiste”, zei ik.
“En daarna dan dat hij op intelligente wijze kan converseren”, zei ik.
“En daarna dan dat hij het leuk vindt om samen te winkelen”, zei ik.
“HUH?!”, zei vriendin S.
“WTF!?”, zei vriendin M.
“Geintje tussendoor”, zei ik.
“En dáárna dan dat hij galant moet zijn”, zei ik.
“Maar!!!”, riep ik.
Vriendin M. en vriendin S. wipten een stukje omhoog van hun stoelen.
“Mannen die té galant zijn, daar kun je dus ook niks mee”, zei ik.
Ik heb het namelijk ook wel eens meegemaakt dat een man zo galant was dat ik me moest inhouden om niet over zijn schoenen te kotsen. Tegen de tijd dat hij me in mijn jas hielp (laten we dat afschaffen trouwens, ik ben altijd bang dat ik mijn arm in mijn mouw steek en dan zo vól in zijn edele delen zit), wilde ik alleen nog maar zacht huilen om zoveel lege gebaren die mij helemaal niets zeiden.
“Maar je hebt ook mannen, en die zijn dus absoluut níet galant”, zei vriendin M.
“Ja, wat moeten we dáármee aan, Jacq?”, vroeg vriendin S.
(Ik ben een soort goeroe voor sommige mensen, he.)
“Heel hard wegrennen”, zei ik.
Want voor mannen die openlijk niet galant zijn en daar zelfs trots op zijn, moet je uitkijken. Dat zijn de mannen die een deur in je gezicht laten vallen en dan zeggen: 'Ja hallo, je bent geen prinses of zo'. Hier zit een diepe vrouwenhaat onder, op zich wel lekker maar in the end valt er natuurlijk niet mee te leven. “De antigalante man zou eigenlijk zelf liever vrouw zijn en zoekt van daaruit eigenlijk een man, hetgeen hij nooit aan zichzelf zal durven bekennen”, besloot ik.
“Wow”, zei vriendin M.
“Doe je daar lang over, dat soort theoriëen?”, vroeg vriendin S.
“Ik schud ze zo uit de mouw”, zei ik.
8 mei 2009
totaal gefocust en in the moooment
'Ik doe sinds kort aan meditatie', zei vriend A. maar ik verstond medicatie.
Ik was Direct Geïnteresseerd.
'Dus je wordt er rustig van', zei ik.
'Ik word er heel rustig van', zei vriend A.
'Maar niet slaperig?', zei ik.
'Nee, juist heel gefocust en in the moooment', zei vriend A.
'Heb je ook een naam', zei ik.
'Die organisatie heet zus en zo', zei vriend A.
'Nee maar gewoon een náám', zei ik.
'De jongen die het runt heet Jeroen nog wat', zei vriend A.
'Jemig, oxazepam, temazepam... hoe héét die droks!!!', riep ik.
'Wtf?! Meditátie, sukkel', zei vriend A. 'O... kee', zei ik.
Ik snap zelf ook niet hoe ik om ging, maar op een gegeven moment ging ik dus om: wij zouden een keer samen ter meditatie gaan, vriend A. en ik. Doch toen het erop aankwam, kon hij ineens niet. 'Maar dan ben ik alléén!!!', piepte ik. 'Nee hoor, er is een hele groep', zei vriend A. 'Eh ja, dat bedoel ik, sukkel', zei ik. Ik heb het niet zo op groepen waar ik dan in mijn eentje tussen zit - en zeker niet op groepen waarvan je redelijkerwijs kunt verwachten dat er voornamelijk langharig tuig in zit, met paarse, oranje en overdreven ruimzittende bhagwankleren.
Ik trok toch maar een paars shirtje aan, om enigszins te kunnen wegblenden. Schoorvoetend betrad ik het klooster waar de cursus toepasselijkerwijs werd gehouden. 'Goeiemorgen, hoe is het', zei cursusleider Jeroen. 'Ja prima of althans gewoon goed of tenminste nou ja', zei ik. 'Ook goeiemorgen', zei cursusleider Jeroen tegen iemand achter mij. Ik draaide me om. Wow. Een ontzettend aantrekkelijke jongeman. En in zijn kielzog een tweede, net zo ontzettend aantrekkelijke jongeman. Ik sloot één moment mijn ogen. En toen ik ze weer open deed, waren er al vijf. Vijf ontzettend aantrekkelijke jongemannen. 'Komen jullie voor de meditatiecursus', zei ik ongelovig. 'Ja, ik heb een veeleisende baan met targets en nu slaap ik niet meer', zei jongeman 3. 'Ik draag normaal nooit paars hoor', zei ik. 'Euh?', zei jongeman 3. 'Doe je dit wel vaker', zei ik. 'Ja, jij?', zei jongeman 3. 'Met de regelmaat van de klok', zei ik.
En hij keek in mijn ogen. En ik keek in zijn ogen. En ik zweefde weg en tóch was ik totaal gefocust en in the moment. Mission accomplished, als het ware.
22 maart 2009
head first in de dichtstbijzijnde heg
De mooiste bijnadoodervaringen zijn de bijnadoodervaringen waarbij je bijna dood ging maar tóch bleef leven. Het bedankje gaat deze week naar mijn kettingkast, die onlangs tijdens mijn fietstocht van Kantoor naar huis spontaan danwel zeer weldoordacht in twee stukken brak. Hoe dan ook: de ene helft van mijn kettingkast stak zich in mijn voorwiel, stuk twee stak zich in mijn achterwiel. Ikzelf werd van mijn fietszadel gekatapulteerd, zeilde enige tijd door de lucht en en landde head first in de dichtstbijzijnde heg.
Enfin, dat van die heg is dan niet waar, en dat katapulteren eigenlijk ook niet, en oké het zeilen dus in principe ook niet, maar als je stukjes schrijft, dan is het zaak om dermate sterk te beginnen dat de lezer als het ware direct hélemaal in het verhaal zit, zodat die nog een tijdlang puur op adrenaline doorleest en jijzelf de rest van je column laf ineen kan laten zakken, tenminste zo doe ik het dan.
In werkelijkheid stapte ik dus beheerst van mijn fiets, peuterde de stukken kettingkast uit mijn voor- en achterwiel, fluisterde een paar keer de naam van mijn vriend Jezus C. en was heel blij dat ik nog leefde. Direct daarna begaf ik me naar de dichtstbijzijnde fietsenmaker. Die aanschouwde mijn naakte fietsketting, humde wat en gaf mij een leenfiets mee.
Eerst dacht ik: pfff, een léénfiets. Het woord alleen al, hè. Maar de ene leenfiets is de andere niet, zo blijkt. Ik vind het ontzettend lullig voor mijn eigen fiets, maar Ik Wil De Leenfiets Nooit Meer Kwijt! Mijn leenfiets is het soort fiets zoals ze oorspronkelijk in het scheppingsverhaal bedoeld waren. Met mijn eigen fiets doe ik drie kwartier over de rit naar Kantoor, met de leenfiets vier minuten. Ja, daar was ik ook even stil van.
Enfin, hoe lang kun je op een leenfiets blijven fietsen voordat ze hem met geweld bij je komen weghalen, heeft iemand dat wel eens onderzocht? Gisteren belde de fietsenmaker. ' Ja, ik ben op vakantie in... een land ver van hier dus ik kan u ontzéttend slecht verstaan', zei ik - terwijl ik gewoon aan mijn keukentafel zat. 'U kunt uw FIETS komen HA-LEN', herhaalde de fietsenmaker. 'Sorry, ik VER-STA u niet', zei ik. Uiteindelijk hing hij mij op. Eén-nul voor moi.
21 maart 2009
ook mannen hebben, nou ja, emoties dus
Kregen we een hele discussie over of mannen mogen huilen.
'Mannen moeten gewoon normaal doen', riep vriendin S. wreed.
'Een man die huilt, daar kan ik het niet op', zei vriendin M. hardvochtig.
'Wees toch niet zo wreed en hardvochtig voor de man', zei ik.
Want ook mannen hebben nou ja emoties dus. En als je ze maar lang genoeg tergt (hihi!), dan komen die emoties er op een bepaalde dag gewoon een keertje uit. Allemaal tegelijk ja, dat is dan weer een beetje jammer.
'Dus jíj vindt dat het mag?!', riepen S. en M. in koor.
'Zo raar is dat tochnie', piepte ik.
Ik sloeg mijn linkerbeen over mijn rechter en daarna mijn rechterbeen over mijn linker. Ik liet mijn voet op en neer wippen, of eigenlijk ging het wippen vanzelf. Ben je wel een echte vrouw als je mannen laat huilen, zonder ze bijv. een ram voor hun hoofd te geven?
'Wat ik trouwens óók heel erg vind...', zei vriendin S.
'Ja? Ja? Ja?', vroeg ik hoopvol.
'Is dat steeds meer mannen “lieve groetjes” onder hun mail zetten', zei vriendin S.
'Oh dit herken ik totaal niet', zei vriendin M. teleurgesteld.
'IK WEL!! IK WEL!!!!', riep ik met overslaande stem.
Want mannen die de lieve groetjes doen, dát is echt, nou ja, dat is gewoon te walgelijk voor woorden. Dan stuur ik ze soms nog één mail terug, met bijvoorbeeld “WTF pardonnez-moi?!?!”, maar ik zweer het, dan krijg je dus vaak een mail terug met “Hoi Jacq, wat bedoel je? Lieve groetjes, Leonard.”
Vriendin M. zweeg verongelijkt, omdat ze eerst samen met vriendin S. een bondje had, en nu dus niet meer, terwijl ík juist wél een bondje had gekregen met vriendin S. en vriendin M. er dus buiten viel, en het is dan altijd maar afwachten of de posities nu voor altijd veranderd zijn en de dingen dus nooit meer hetzelfde.
'Met mannen die de lieve groetjes doen, wil ik persoonlijk dus niet omgaan', zei ik ferm.
'Nou... dát is wel wat wreed gesteld', zei vriendin S.
'En ook hardvochtig', zei vriendin M. die een mogelijkheid rook om instantly te rebonden met vriendin S.
“Nou ja, althans niet in de intieme sfeer', zei ik.
'Hm...', zei vriendin S.
'Hmmm...', zei vriendin M.
En mijn voet, hij wipte weer, en ik kreeg hem niet meer stil.
20 maart 2009
wat hangt daar voor iets doods op je rug?
Ik was gewaarschuwd. Kapper M. zou een begenadigd kapper zijn, maar tevens een Bijzonder Excentriek Persoon, die niet zou schromen om je te vertellen wat er zoal schortte aan je haar, je make-up, je gezichtsvorm en je hele fokking karakter.
Ik had gefronst. Er zijn maar vier zaken waar ik niet graag kritiek op hoor: mijn haar, mijn make-up, mijn gezichtsvorm en mijn hele fokking karakter. Aan de andere kant had iets van hoop in mij gegloord: dat kapper M. mij op genadeloze, wrede en afbrekende wijze tot de vrouw met het mooiste kapsel van de hele wereld zou toveren.
Dus ik belde kapper M.
‘Met kapper M.’, zei kapper M.
‘Hoihoi met mij dus’, zei ik.
‘Wat is er’, zei kapper M.
‘Kun je een beetje knippen’, zei ik.
‘Ik dacht van wel’, zei kapper M.
‘En kun je ook een beetje kleuren’, zei ik.
‘Ik dacht van wel’, zei kapper M.
‘Wel, dan moesten we maar eens afspreken’, zei ik hees.
En vorige week was het zo ver.
Ik duwde de deur van kapper M. open.
‘Ga daar maar zitten en trouwens je oogmake-up slaat echt nergens op’, zei kapper M.
Ik keek in de spiegel. Mijn oogmake-up sloeg dus echt wel ergens op!
‘Hoezo dat dan’, zei ik.
‘Je lijkt wel een panda’, zei kapper M.
‘Oh, ik had het nog niet uitgesmeerd’, zei ik vaag en het was een leugen en ik dacht: waarom spreek ik toch altijd de waarheid als ik zou moeten liegen en waarom lieg ik toch over dingen waarover je helemaal niet zou hoeven te liegen, want hallo, je bent gewoon je eigen persoon, met je eigen make-upjes!
Ik plofte in een stoel neer.
‘Wat hangt daar voor iets doods op je rug’, zei kapper M., die ondertussen doorging met het knippen van een vrouw of tenminste haar haren dan.
‘Een of ander beest?’, zei ik geschrokken.
‘Nee, je haar’, zei kapper M.
Ik keek kapper M. via de spiegel in zijn ogen.
Hij glimlachte lief naar mij.
Ik glimlachte lief terug naar hem.
‘We gaan er iets moois van maken, Jacq’, zei kapper M.
‘Beloof je mij dat’, zei ik terwijl ik een beetje begon te trillen.
‘Over een jaar zit je haar echt superleuk’, zei kapper M.
‘Dat is… fantastisch om te horen’, stamelde ik.
3 februari 2009
het oerwoud van knipgrage klootzakken
In het leven moet je soms zware beslissingen nemen. Zeker als het erom gaat dat je iemand wilt dumpen. Dan ga je niet over één nacht ijs, ook niet over twee, maar bijvoorbeeld wel over drie.
Enfin, wat ik zeggen wilde: ik heb mijn kappersmeisje gedumpt. We hebben een mooie tijd gehad, en toch zeker een jaar of twee met veel plezier met de handen in elkaars haar gezeten (ok, zij dan alleen in het mijne), maar uiteindelijk moest ik van haar af. De laatste keer dat we samen waren, had ze mijn haar dermate kort geknipt dat ik spontaan met een zware stem begon te praten, en dat vind ik gewoon niet passend voor een vrouw. Bovendien wil je gewoon je lokken bij tijd en wijle arrogant over je schouder kunnen zwiepen, en toen dat niet meer bleek te kunnen, moest ik mij ineens een heel scala aan andere karaktereigenschappen proberen eigen te maken. Het was een rottijd, dat kan ik jullie wel vertellen.
Het dumpen van een kappersmeisje is overigens op zich niet moeilijk. Een stuk makkelijker in elk geval dan het dumpen van bijvoorbeeld ik noem maar iets een man. Het dumpen van een kappersmeisje gaat als volgt: je maakt gewoon geen nieuwe afspraak meer en dan zinkt dat besef langzaam bij haar binnen. Maar ze weet meestal toch niet waar je woont.
Het enige rotte is dan: je zit ineens zonder kapper. Je bent weer bij nul. Je bevindt je wederom in het oerwoud van knipgrage klootzakken en je hoopt dat ergens op de wereld de Ware Kapper rondloopt, alleen je hebt geen idee of je hem ooit vindt en hoe ver dat met de auto is. En ondertussen groeit je haar. Dat is de eerste maanden een heel fijn iets, omdat je dan langzaamaan weer ('s avonds) de straat op durft zonder petten, mutsen en geschrei. Maar na vijf maanden zie je jezelf in de spiegel en denk je: OMG, dit is best raar. En na zes maanden is het nog raarder. Mensen stoten elkaar aan, achter je rug wordt gegniffeld, de stemmen uit de televisie beginnen weer, enfin de hele mikmak.
Dus dan moet je wel.
Naar een nieuwe kapper.
Allemachtig wat een intro, terwijl ik jullie alleen maar wilde vertellen van kapper M., mijn nieuwe eventuele Ware Kapper. Een volgende keer meer.
30 januari 2009
ik ben motorisch nogal zwak
'Hij is onhandelbaar en maakt loeiende geluiden, zal ik het geluid nadoen?', zei ik.
'Oké', zei de dierenarts.
Dus ik deed het geluid van mijn kat Boris V. na.
Drie assistentes staken hun hoofd bezorgd om de deur. Een paar ruimtes verderop kwamen kleine huisdieren uit hun narcose. Boris V. keek verliefd naar de dierenarts. Niets wees erop dat dit de kat was die vloekend en tierend zijn etensbak door het ganse appartement sleepte en in zijn waterbak ging staan springen, zodat overal in mijn appartement de vloer begon op te bollen.
'Het is een... gruwelijk geluid', zei de dierenarts geschokt.
'Ik heb gisternacht een wasknijper naar hem gegooid', zei ik plompverloren.
Ineens wou ik keihard huilen. Nooit eerder hief ik mijn hand op tegen Boris V.
'Was het raak', zei de dierenarts.
'Nee, ik ben motorisch nogal zwak', zei ik.
'Vermáákt Boris V. zich wel', zei de dierenarts.
'We zijn momenteel de serie 24 aan het kijken', zei ik.
'Ik denk dat hij zich kapot verveelt', zei de dierenarts.
'Ik ook, iedereen gaat dood, behalve die freakin' Jack Bauer zelf', zei ik.
'Welk seizoen', zei de dierenarts.
'Twee, ik denk dat ik ermee stop en Grey's Anatomy weer ga downl... kopen', zei ik.
Boris V. legde alvast een poot over zijn ogen (kan niet tegen bloed).
'Ik heb een idee, geef Boris V. zijn eigen speelkamer', zei de dierenarts.
'Wat', zei ik.
'Dan gooi je zijn brokjes de kamer in en dan moet hij zoeken', riep de dierenarts.
'Wat?!', zei ik.
'Oh, en dat hij dan via een soort van stormbaan!', riep de dierenarts die van blijdschap op zijn tenen begon te dansen.
'Waaaat??!!', zei ik.
'Met hindernissen!!!', riep de dierenarts, die door een denkbeeldige tunnel kroop.
Ik keek Boris V. aan en in zijn ogen zag ik een stukje speelkamertoekomst weerspiegeld. Een regen van brokjes zou in de speelkamer neerdalen. Boris V. zou met de handen in de zij in de deuropening blijven staan. En net zo lang loeien totdat ik hem de brokjes stuk voor stuk zou komen brengen.
'Het klinkt... interessant', zei ik.
Boris V. gaf de dierenarts een kopje.
'Tot de volgende keer, schattepetat', zei de dierenarts.
'Dag lieverd', zei ik afwezig.
'Ik had het tegen Boris V.', zei de dierenarts.
'Ik ook', zei ik. 'Ik ook.'