de metro-columns | jacq. veldman





6 november 2009

ik wil best in quarantaine

Met een eersteklaskaartje koop je een stukje rust en vrede. Voor veel geld. Dus het gevoel dat je overvalt als blijkt dat de eerste klas bomvol zit - dat gevoel is woede. Pure, gerechtvaardigde woede.

Ten einde raad wrong ik mij in een werkcoupé. Niemand werkte. Links van mij zaten twee jongens patat te eten. Het stonk. En volgens mij waren ze niet eens eersteklasgerechtigd. Ik kreeg zin om ze bij de conducteur te verlinken, want aan mij is best een goeie nsb'er verloren gegaan. Maar goed, dan moest ik opstaan. Aan het raam staarde een belezen man getergd naar buiten. Hij had wenkbrauwen waarvan sommige haren óver zijn brillenglazen heen krulden. Het kon niet anders of het moest hem het zicht enorm beletten. Ik had zin om ze er even keihard af te rukken want als je het hard doet, doet het het minste zeer. Als je de afgerukte wenkbrauwharen dan zou verzamelen, zouden zeker twee hamsters er een holletje van kunnen maken, dacht ik. Ik weet niet waarom ik ineens aan hamsters moest denken, ik denk normaal nooit aan hamsters.

De deur schoof open. Een stokoude vrouw maakte zich op om de coupé te betreden. De belezen man en ik wisselden een hoogopgeleide blik van verstandhouding, zo van: djiezus komt die TRUT er ook nog eens even bij, KUTZOOI!! Ik zette me schrap. Waarschijnlijk zou de oude vrouw net tijdens een wissel op mijn schoot belanden, want dat doen ze altijd. Het beste wat je kunt doen, is zo'n oude vrouw met je eigen particuliere superkracht van je af lanceren. Meestal landen ze dan op de stoel tegenover je, soms ook niet maar onder ons gezegd en gezwegen: dat ligt natuurlijk óók aan het richtingsgevoel van de gelanceerde oude vrouw.

De oude vrouw helde over naar mij, ik gaf haar een duw en ze viel op de stoel tegenover mij. Direct begon ze te hoesten. Ze hoestte in haar hand en niet, zoals ons allen van overheidswege is opgedragen, in haar elleboog. Een bacil zweefde relaxt mijn kant op. Ik dacht aan de Mexicaanse griep en dat die mij nu elk moment kon gaan treffen. Ik zou in quarantaine moeten - en terwijl ik probeerde elk fysiek contact met de oude vrouw, de patatjongens en de wenkbrauwen van de belezen man te vermijden, leek mij dat dus ineens best een prettig iets.



5 november 2009

vooral het n-woord bleef lang hangen

Ik had nog maar conversatie voor vijftien à zestien minuten. Soms weet je dat exact. De taxi zou perfect zijn geweest. Op het eind zouden we nog nét niet volkomen uitgepraat zijn en op die semi-opgewekte manier van vriendinnen die eigenlijk allang geen vriendinnen meer zijn langs elkaar heen hoeven kijken.

“Maar het pontje is veel leuker”, riep zij.
“Okidoki dan”, bracht ik uit.
Ik heb er niks mee, met pontjes, sorry dat ik het zeg.

En dus gingen we met het pontje, waarop we een half uur moesten wachten. Dus toen we er eindelijk op mochten, hadden we noodgedwongen de homoseksuele neigingen van haar ex-vriend, de complete in's en out's van de Mexicaanse griep en een volledig verzonnen liefdesaffaire mijnerzijds de revue laten passeren. Ik kon haar straks nog vragen naar haar nieuwe baan, omdat ik de eerste keer niet had geluisterd. Het was iets met het faciliteren van mensen om, maar toen het woord faciliteren was gevallen, was ik afgedwaald en aan mijn gordijnprobleem gaan denken.

Twee jongens kwamen nog snel met hun fiets aan lopen. 'Ja maar wát als die gozer met je vriendin neukt!', riep de ene jongen woedend tegen de andere. Vooral het n-woord bleef lang boven het water hangen. De andere jongen zweeg, en klooide met zijn fietsbel. Ik opende mijn mond en ik sloot hem maar weer. Het is een beetje not done om je te bemoeien met andermans conversaties, ook al heb je soms een hoop toe te voegen, bijvoorbeeld door verhelderende vragen te stellen.

Het waait al-tijd op dat fokking water. Ik viste mijn pet uit mijn tas.
“Ik wist niet dat je petten droeg”, zei de vriendin.
“Nou ja, niet volcontinu of zo”, zei ik.
“Ik vind een vrouw met een pet, dat vind ik heel onvrouwelijk”, zei de vriendin.
Ik verzamelde wat woorden in mijn hoofd.
“Die ex van jou, was die vóór jou ook al homo?”, zei ik.

Na honderdduizend jaar liepen we de kade op. De jongen van het n-woord fietste woedend langs mij heen. Treurig keek ik hem na, omdat ik nooit zou weten wie en wat en hoe het af ging lopen. Tenzij ik hem nu keihard ging inhalen. Maar toen ik naar beneden keek, zag ik dat onze vier hakken keurig klikten op de keien en het was allemaal oneindig traag.



27 september 2009

ik ben gestoken door een tijgerwesp

Eerst had ik jeuk. Toen kwam er een ei op. En de ochtend erop was de hele voet opgezwollen en kon ik er alleen nog maar aanstellerig mee slepen.

Eerst vond ik het interessant (kijk, daar heb je de vrouw met de slepende voet, wie is zij, wat is haar achtergrond), maar later, toen vond ik het griezelig. Want als ik de zaak zo eens nuchter bekeek, leek het mij een kwestie van tijd voordat ik bijv. dood zou neervallen.

Dus ik ging naar de dokter.

“Hoe laat is uw afspraak”, zei ik tegen de man in de wachtkamer.
“Ik ben doof”, zei de man.
“Dat is vervelend voor u, maar hoe laat is uw afspraak”, zei ik.
De man haalde zijn schouders op.

Damn, hij mocht eerst. Door de muur heen kon ik horen wat er in de spreekkamer gebeurde. Het klonk alsof de dove man ergens op werd getakeld. Het leek me wat overdreven. Maar misschien werden alleen zijn oren getakeld, bedacht ik. Daarna ging de deur open.
“Kijk! Het! Nog! Een! Paar! Dagen! Aan!”, riep de dokter in de gang.
De dove man schuifelde voorbij. Zijn oren stonden droevig.

Toen mocht ik.
“Dat is een aardig dikke voet”, zei de dokter.
“Bedankt, ik ben denk ik gestoken door een tijgerwesp”, zei ik.
“Een... tijgerwesp?”, zei de dokter.
“Ja?”, zei ik en ineens vroeg ik me af of tijgerwespen wel bestaan of dat ik dat zelf verzonnen had in de episode dat ik nog grapjes kon maken over mijn zwelvoet.
“Het zwelt en het zwelt!!!”, zei ik om de dokter af te leiden.
“Kijk het een paar dagen aan”, zei de dokter.
“Heb ik al gedaan”, riep ik triomfantelijk.
“Kijk het dan nóg maar een paar dagen aan”, zei de dokter.

Ik dacht: dat zeg je toch niet tegen iemand van wie de voet er elk moment af kan vallen! Maar ik zei: “Ja, dat is goed”. Verslagen sleepte ik me door de gang.

Bij de bushalte stond de dove man.
“Ik moet het óók nog even een paar dagen aan kijken”, zei ik.
“Ik ben doof”, zei de man.
“Jaja, dat is óók erg, maar het ging nu even over mijn voet hè”, zei ik.
En ik schudde mijn hoofd. Sommige mensen zijn echt zó met zichzelf bezig.



26 september 2009

eerlijk gezegd werd ik zo onderhand gillend gek

“Er is echter één ding dat mij dwars zit, Gerrit”, zei ik tegen automonteur Gerrit.
“Vertel het maar, Jacq”, zei Gerrit.
“Ik word een kléin beetje gek van het alarm”, zei ik.

Eerlijk gezegd werd ik zo onderhand Gillend Gek, maar je wilt niet al te veel als een vrouw overkomen in de buurt van automonteurs, want dan dwalen hun ogen onwillekeurig af naar personen waar wel mee te praten valt, bijvoorbeeld dus auto-onderdelen.

Kalm en beheerst vertelde ik Gerrit daarom het verhaal van mijn auto-alarm. Samenvatting: zat er maar logica in, maar er zit dus geen logica in. De ene dag barstte de hel los als je probeerde de passagiersdeur te openen. Een dag later was dat geen probleem maar mocht je de achterklep niet aanraken. Vorige week gebruikten een paar jongens mijn auto als linkerdoelpaal - niks aan de hand Maar eergisteren legde ik mijn hand op het dak: alarm. Er zijn dagen dat ik alleen maar durf te fluisteren in het bijzijn van mijn auto – en soms is zelfs dat al te veel.

“Ik ga ermee aan de slag, Jacq”, zei Gerrit.
En hij ging ermee aan de slag.
En aan het eind van de middag keerde ik terug naar de garage.

“Nou kijk...”, zei automonteur Gerrit.
En hij vertelde een verhaal dat erop neerkwam dat Gerrit eerst mijn hele auto zou moeten demonteren, daarna het juiste draadje zou moeten doorknippen en daarna de auto weer from scratch zou moeten opbouwen.
“En daarom is het mij helaas onmogelijk gebleken het alarm van je auto eraf te halen”, besloot
automonteur Gerrit plechtig, omdat Gerrit altijd wat plechtig wordt bij het moeten overbrengen van slecht nieuws.
“Hoeveel euries praten we over?”, zei ik.
“Ontelbaar”, zei Gerrit.

“Dus ik moet mijn hele leven met dit alarm dóórleven!!!!!?”, riep ik wanhopig.
“Nou, nou, zó erg is het allemaal ook weer niet, Jacq”, zei automonteur Gerrit, terwijl zijn ogen langzaam afdwaalden.
“Blijf me ff aankijken, Gerrit”, zei ik.

Onwillig maakte Gerrit zijn blik los van een stuk blik. Met zijn hand leunde hij tegen mijn auto. Ik hield mijn adem in. Maar nee, no problem. Vandaag dan. Morgen kon dat weer heel anders zijn. En overmorgen ook weer. Ik wilde wel gillen maar er kwam niks uit.



25 september 2009

en toen nog een paar dingen met girlpower

Dus toen vriendin S. werd gedumpt door een eikel, maar wij mochten hem dus geen eikel noemen want hij had het er óók heel moeilijk mee, zei vriendin S. hoopvol - enfin, toen vriendin S. dus werd gedumpt door een ongelófelijke eikel, toen waren wij er allemaal voor haar. Wij luisterden, reikten tissues aan, klakten met onze tong, wilden zelf ook even iets kwijt uit ons eigen leven en slikten dat respectvol weer in toen vriendin S. ons huilend onderbrak.

'Love hurts, jacq', gnorkte vriendin S. terwijl ze haar hand uitstak voor een nieuwe tissue.
'Net als in het liedje hè', zei ik begripvol en ik reikte haar een tissue aan.
'Alle liefdesliedjes zijn zo ont-zet-tend waar Jacq', zei vriendin S.
'Dat is waar, deerne', zei ik.

[Want het ís ook waar hè, dat weet iedereen van wie het hart wel eens gebroken is. De keren dat ik zelf gevloerd was door liefdesverdriet kon ik geen liedje horen zonder keihard in huilen uit te barsten. Ooit zong onze zangjuf Anna met haar band wat liedjes en ik weet niet eens meer wat ze zong maar het was iets met love en het woord why kwam erin voor en ik stond vanaf een meter of vijf naar haar te kijken en mijn zicht werd wazig zodat ik iedereen die op het podium stond dubbel zag, en sommigen zelfs driedubbel.
'Dat kind is 21, hoe kan ze dat verdomme weten en doorvóelen!?', had ik gesnikt.
'Is het niet een cover dan?', had vriendin 1 gezegd.
'Oké zou kunnen', had ik gezegd, maar ik was natuurlijk wel blijven doorhuilen.]

Dus ik dacht: dat vertel ik allemaal even aan vriendin S. want het delen van dezelfde ervaringen, dat schept gewoon een diepere vriendinnenband en bovendien, dan kom je zelf ook weer eens aan het woord en oh man, ik mag zo donders graag praten!!

'Ooit, toen stond ik in de kroeg en toen zong onze zangju...', begon ik.
'Ik weet niet. Of ik hier ooit. Nog overheen kom', zei vriendin S. op doffe toon.
Ik slikte respectvol mijn anecdote in.
'Zeg me dat ik hier ooit wel overheen ga komen Jacq', zei vriendin S.
'Ooit ga je hier wel overheen komen', zei ik.
'Oóóóóit?!', riep vriendin S. wanhopig
'Best al wel snel', zei ik snel.

En toen nog een paar dingen met girlpower maar dat komt van mij nooit zo geloofwaardig over.



24 september 2009

ik val best makkelijk uit elkaar

“Als je naar Istanbul gaat, moet je zéker ook naar de hamam”, zei mijn collegaatje R.
“Ja túúrlijk”, zei ik. Maar ik dacht: nou... dat weet ik nog zo net niet.

Ik herinnerde mij het hamamhorrorverhaal van collega S. die ooit ook in Istanbul was. Als ik er dan toch ben, moet ik zéker ook naar de hamam, had collega S. gedacht. Daar gearriveerd werd hij naakt en wel (ok dit verzin ik, maar lijkt me best aannemelijk) op een koude stenen vloer gesmeten en daar door een aantal slagers zo verschrikkelijk te grazen genomen dat hij alleen nog maar kon gillen: “HOU OP! HOU OP!” Maar in Istanbul spreken ze geen Nederlands en dus hield er helemaal niemand op.

Ik vertelde mijn collegaatje R. over de hamamervaring van collega S. Nadat we een kwartier in een deuk hadden gelegen, herpakten wij onszelf.

“Als vrouw word je in de hamam gewoon door een vrouw genomen”, dacht mijn collegaatje R.
“Maar volgens mij zijn het wel heel stevige vrouwen, met dikke armen en zo”, zei ik weifelend.
Ik ben best wel delicaat, niet in de zin van dat ik een chocoladereep ben, maar ik val best gemakkelijk uit elkaar. Als er aan mijn nek wordt gedraaid, krijg ik hem meestal niet meer teruggedraaid. En de mensen moeten dus sowieso van mijn voeten afblijven.

Maar ik wist al helemaal hoe dat dan zou gaan.

“This feels goooood eeehh!?”, zou het hamamwijf vragen terwijl ze mijn voet uit elkaar trok.
“Oh yes, it feels very, very good!”, zou ik roepen terwijl ik langzaam dood lag te gaan.
Echt, soms word ik heel ziek van mezelf. (Zeker zo'n tweede 'very' is totaal walgelijk.)

Enfin, dus toen zat ik in Istanbul en de term 'hamam' viel en ik probeerde er in eerste instantie overheen te hoesten. Maar mijn reisgezelschap wachtte gewoon tot ik uitgehoest was, en je kunt nu eenmaal niet eindeloos blijven doorhoesten, wel even overwogen.

“Als we nog naar de hamam willen, moet het wel morgen”, herhaalde mijn reisgezelschap.
“Zal ik jou het verhaal van mijn collega S. vertellen”, zei ik schor.
En aan het eind wilde mijn reisgezelschap óók liever naar de Blauwe Moskee.

Want als je dan toch in Istanbul bent, dan moet je zéker ook naar de Blauwe Moskee.

(Stukken minder blauw dan in de Lonely Planet trouwens.
Maar desalniettemin voelde het very, very good.)



23 september 2009

een bijzonder domme vrouwenopmerking

Nou ja, kortom: om niet keihard te gaan krijsen tijdens de vergaderingen te A. is het van het grootste belang dat je een vorm van afleiding zoekt.

Dat is niet moeilijk, je zorgt gewoon dat je totaal onvoorbereid bent, geen van de toegezonden papieren hebt gelezen en dientengevolge geen fláuw idee hebt waar de vergadering over gaat. Pas op het moment dat de voorzitter vraagt: 'Wat vinden jullie van voorstel 1?', buig je je over voorstel 1, om vervolgens de eerste te zijn die er iets steekhoudends over roept. Je hebt je geniale momenten en eerste ingevingen zijn meestal okidoki, dus de kans dat dat lukt is best groot. Mochten er onverhoopt alleen maar smurfen in je hersens oppoppen, dan kun je altijd nog een hoestbui voorwenden en een soort van wuifgebaar maken in de trant van: nou dit kan wel even duren, mensen.

Het gevolg van dit alles is dat de mannen inmiddels vele glimpen van je genialiteit hebben mogen opvangen en nu dus verwachten dat elke opmerking die je maakt een geniale opmerking is. Of eigenlijk: ze verwachten het niet zo zeer, ze gaan er gewoon vanuit.

Je zou denken dat dit een enorme druk op je schouders legt. Maar dat is niet zo. Zelfs als je een middelmatige of zelfs bijzonder domme vrouwenopmerking maakt, waarvan je tijdens het uitspreken al beseft dat die dus nergens naartoe gaat, wordt er unaniem instemmend geknikt, steken diverse mannen hun duim op, maakt de notuliste driftig aantekeningen en zegt de voorzitter blij: 'Okidoki. Door naar voorstel 2.'

Een punt van aandacht is alleen wel dat je het over het algemeen zo ongeveer bij voorstel 3 alweer hélemaal hebt gehad - en dan word je er niet slimmer op. Het is dan zaak je asap en met een goede smoes uit de voeten te maken. Een belangrijke fake-sms van een hooggeplaatst politiek persoon is een optie. Slechts een opmerking in de trant van 'fuck, ik krijg net een belangrijke fake-sms van een hooggeplaatst politiek persoon' volstaat. Gehaast verlaat je de vergaderzaal, je rookt buiten in de zon drie marihuanasigaretten, en je keert terug op het moment dat jij aan de beurt bent bij de rondvraag, waarop je alleen nog maar hoeft te antwoorden: 'Nee, niks.'



22 september 2009

ik ben jullie nieuwe pilates-goeroe

Feit één: ik riep al jaren dat ik nog niet dood gevonden wilde worden in een sportschoolklasje. Feit twee: enige weken geleden bevond ik mij, hoppa, in een sportschoolklasje. De mens is feitelijk onnavolgbaar en je kunt er geen peil op trekken. Ik spreek nu even voor mezelf.

“Hallo, ik ben Gerard en ik ben jullie nieuwe Pilates-goeroe”, zei de kale man die dus Gerard heette.
“Hahahaha!”, riep ik.
Ik sla nogal snel aan op dingetjes die ik dan ineens extreem grappig vind, zoals bijvoorbeeld dus een goeroe die Gerard heet. Gerard de goeroe. Ik lig alweer bijna onder de tafel als ik het optijp, snappen jullie wel. Mijn lach echode hol door de ruimte. Niemand lachte mee. Snel stretchte ik tegelijkertijd mijn linkervoor- en achterbeen, hetgeen anatomisch onmogelijk is en dus ontzettend zeer deed.

“Over een uur. Ben je een Ander Mens”, zei goeroe Gerard plechtig.

Yeah right, dacht ik. Maar gehoorzaam rekte ik en strekte ik, op de strikte aanwijzingen van Gerard. Alle, maar dan ook álle spieren in mijn lichaam kregen een beurt. Ik had pijn, ik vond het gemeen en ik wilde wel honderd keer huilend in elkaar storten. Maar de blik van Gerard was vastberaden en ik klampte me daar oogsgewijs aan vast, terwijl ik posities aannam die in elke andere situatie aanstootgevend zouden zijn.

Enfin, geloof het of niet, aan het eind van het uur was ik dus dit: een Ander Mens. Gerekt, gestrekt en hysteries gelukkig. Plus voor het leven toegewijd aan mijn nieuwe leermeester. Ik had maar één keuze: Pilates-goeroe Gerard volgen tot aan het eind van de wereld. Of nou ja, gewoon tot in de sportschool dus. Elke dinsdag tussen acht en negen.

In mezelf huppelend huppelde ik vorige week het zaaltje binnen, dringend toe aan een nieuwe dosis Gerard.
“Halloooo, ik ben Gea en ik vervang vanaf nu Gerard en ik ga proberen of ik jullie een stukje Pilates kan geven, hihi!”, zei de huisvrouwige vrouw die dus Gea heette.

Het geluid van mijn schreeuw echode hol door de ruimte. Mijn spieren verslapten on the spot.
En dat is tot nu toe nog niet weer goed gekomen.
Best een roteind van zo'n stukje.



28 juli 2009

het is tenslotte wel je huisdier

Het waait steeds zo hard, valt jullie dat niet op, en ik denk dat het daaraan ligt. Op Kantoor had ik na elk telefoongesprek keihard de hoorn op de haak gesmeten (jawel, dat kan dus echt wel, wij hebben nog van die draadjestelefoons, unbelievable eigenlijk). Verder had ik een paar mailtjes verstuurd die ik later nog had geprobeerd te onverzenden maar dat ging dus niet. Het betrof hier 1 jankmail aan mijn ex, 1 dubbelzinnige mail aan een stalker en zes kantoorgerelateerde maar echt wel ongepaste mails, tenminste zo waren ze dan bedoeld.

Oh, en ik was dan nog een beetje onaardig geweest tegen mijn collega die had gezegd: "Zeg Jacq mag ik jou misschien wel iets vragen?" "NEE! NEE! EN NOG EENS NEE gvd!", had ik gezegd (maar wel op een normale toon). Mijn collega was heel stil geworden. Onze redactie-assistente was abrupt gestopt met het assisteren van de redactie. De baas had mij verdrietig aangekeken. Zuchtend had ik voor iedereen een gevulde koek gekocht. Met geld uit de redactiekas, want de money grows me also not on the back of wel soms!

Dus toen dacht ik: ik zou nu eigenlijk maar beter naar huis kunnen gaan. Dan zou ik eerst even keihard een stukje fietsen zonder in de tunnels uit te vieren, daarna zou ik de trappen van mijn appartement een paar keer op en neer rennen, daarna zou ik mijn kutlaarzen in een hoek smijten, daarna zou ik met een schuin oog naar mijn kat Boris V. kijken en daarna zou ik denken: nee, dat kun je niet maken, het is tenslotte wel je huisdier Jacq. Ik zou uitgeput op mijn bank in slaap vallen, en in mijn dromen zou het windstil zijn.

Maar het was nog geen 17 uur, en als het nog geen 17 uur is, dan blijf je gewoon. Tot het 17 uur is. (Of 17 uur 1 als je je van je goeie kant wilt laten zien, maar dit was duidelijk niet zo'n dag.) Ik wipte met mijn rechtervoet. Ik keek naar buiten en het waaide zo hard dat de bomen het ook totaal niet leuk meer vonden. En ik dacht: dit is nog niet voorbij. Dit is nog helemaal niet voorbij.



9 juli 2009

ik ben een vrouwelijke seriemoordenaar

Nou, en toen werd mij mijn rijbewijs op brute wijze ontnomen. Oké, eerlijk gezegd was het mij gewoon ontschoten het te verlengen en wat blijkt: dan kun je maar beter even niet gaan rijden.

“Nou ja, het kán wel, maar dan moet je héél voorzichtig rijden”, zei vriendin 1.

Zij keek mij benauwd aan.
Ik keek benauwd terug.
Eerlijk gezegd wil ik altijd vooral andere auto's inhalen, ik snap ook niet goed waarom (zal wel iets uit de oertijd zijn).

"Ik heb natuurlijk op zich de skills wel', zei ik.
"Het lijkt me beter van niet, Jacq”, zei vriendin 1.
"Er is geen enkele vrouw die zo smooth rijdt als ik", zei ik.
"Het lijkt me beter van niet, Jacq", zei vriendin 1.
"Ik rij die kutwijven er allemaal uit!!!", zei ik.
"Het lijkt me beter van NIET, JACQ", zei vriendin 1.

Dus toen besloten we dat het beter was dat ik even niet per automobiel de weg op zou gaan, totdat ik mijn nieuwe rijbewijs had. Kwestie van dagen, natuurlijk. Alleen nog even een pasfotootje.

“Gaat u daar maar zitten”, zei de pasfotograaf.
Ik ging daar maar zitten. Ik schikte mijn haren. Ik oefende mijn gezichtsspieren. Ik schikte nogmaals mijn haren (luistert heel nauw, ik heb niet erg geschikt haar).

“Maakt u even de oren vrij”, zei de pasfotograaf.
“Maar dan is mijn hele haar niet meer hoe het bedoeld is”, riep ik paniekerig
“Ik móet de oorlellen zien”, zei de pasfotograaf onverbiddelijk.
"De oorbellen??', zei ik.
'De oorLELLEN', zei de pasfotograaf.

Lamgeslagen propte ik mijn haar achter mijn oren en ik dacht: oorlellen, oorlellen, oorlellen, wat een ongelooflijk ranzig woord is dat eigenlijk!!!

De pasfotograaf legde zijn oog op de camera.
Lamgeslagen stopte ik mijn haar achter mijn oren.
“Daarrr komt hij”, zei de pasfotograaf.
Ik maakte een glimlach.
De pasfotograaf haalde zijn oog van de camera.
“U mag niet glimlachen”, zei de pasfotograaf.
“Wat moet ik dan doen”, zei ik.
“Totaal niks”, zei de pasfotograaf.
En daarom deed ik totaal niks.

De foto waarop ik totaal niks deed, was desalniettemin totaal veelzeggend. Het was een foto waarvan ik later tegen vriendin 1 zei: “Ik was dus altijd al bang dat ik er in het echt zo uitzie en ja hoor het is dus zo.' Een angstaanjagende mix van een geroutineerde vrouwelijke seriemoordenaar (en die komen maar donders weinig voor hè) en een schuwe Twentse bakkersvrouw (die heb je nog wél veel) staarde mij in het gezicht.

“Deze foto weerspiegelt niet de kern van mijn persoonlijkheid”, zei ik tegen de pasfotograaf.
(Ik weet ook niet hoe ik daarop kwam, maar op zich best wel een sterke tekst.)
De pasfotograaf boog zijn gezicht over de foto.
Toen keek hij naar mij.
“Dit is gewoon wie u bent”, zei de pasfotograaf.
“U hebt gelijk”, zei ik verslagen, en ik betaalde hem tien euro.