de metro-columns | jacq. veldman





19 januari 2010

het is meer een gevóel, snap je wel

"Ik denk dat ik maar eens naar een homeopaat ga", zei ik op een zeker moment tegen vriendin 1.
"Geloof je daarin?!?!", zei vriendin 1.
"Dat niet, maar het schijnt dat je zo anderhalf uur tegen ze aan kunt praten", zei ik.

En ik had dus zeer veel behoefte om anderhalf uur tegen mensen aan te praten. Of eigenlijk anderhalve dag, maar het mocht ook een week zijn. Vrienden die mij zagen lopen, doken inmiddels schielijk weg in portieken, trokken een ander gezicht in de hoop dat ik ze niet zou herkennen, of ontvluchtten met gierende banden de stad.

Dus ik ging maar eens naar een homeopaat. 

"Nou, wat is er aan de hand", zei de homeopaat.
"Ik heb hier zo'n pijn steeds", zei ik en ik wees naar mijn hart, want daar zat het voornamelijk.
"Uhuh", zei de homeopaat.

En daarna mocht ik anderhalf uur en ik begon heel sterk, over mijn moeder die nog steeds dood was en hoe iedereen om me heen ook alsmaar dood neerviel. Toen de homeopaat mij naar de details vroeg, moest ik dit nuanceren, want behalve Michael Jackson en Patrick Swayze waren er eigenlijk geen bekenden doodgegaan de afgelopen tijd. En mijn lieve Boris V. leefde dan wel voornamelijk in mijn gootsteen en vanuit een bewonderenswaardig soort levensmoeheid – hij was feitelijk nog niet dood. Even viel ik stil wegens het besef dat ik mezelf in vijf minuten tijd alweer compleet had vastgeluld.

“Het is meer een gevóel, snap je wel”, zei ik.
“Uhuh”, zei de homeopaat.
Dus toen had ik mooi nog een uur en vijfentwintig minuten.

En toen dat op was, gaf de homeopaat mij een piepklein korreltje.
“Wat is dit voor een korrel”, zei ik.
“Het is een korrel tegen verdriet, leg maar onder je tong”, zei de homeopaat.
"En dan?", zei ik.
"Ja dat weet ik ook niet", zei de homeopaat.

Ik vond dit zo eerlijk dat ik bijna moest huilen. En tegelijkertijd vond ik het zo grappig dat ik eigenlijk niet goed meer kon ophouden met lachen. Dit hield zeker een week aan. Wat dit zegt over de homeopathie in het algemeen en mijzelf in het bijzonder, dat moet nog worden uitgezocht.

Maar enfin, de homeopathie, ik kan het dus iedereen aanraden.



30 december 2009

hier is jezus dus weer helemaal niet blij mee

Als kind had ik niet veel vrienden want je had toen nog geen Twitter. Maar gelukkig was er dan altijd nog Jezus. De Zoon van God en ik onderhielden een intense, maar gecompliceerde relatie.

Het kwam erop neer dat we wel dezelfde dingen wilden maar dat we toch uiteindelijk niet hetzelfde leuk vonden. Als ik mijn broertje welverdiend wat plukken haar uit de kop trok, wist ik al tijdens het plukken: oh, kut, hier is Jezus dus weer helemaal niet blij mee. Als ik loog over waar ik na schooltijd was geweest, zag ik Jezus in mijn hoofd alweer verdrietig kijken, met zo een Jezusblik van: goh Jacq, dit had ik dus niet van jou verwacht. Jezus zou al helemáál niet hebben gezorgd dat hij zelf de meeste patat kreeg, maar altijd zorgen dat er genoeg was voor iedereen. Bovendien hield de zoon van God zich op relaxte wijze op met hoeren en tollenaars, en dat durfde ik gewoon niet.

Op dagen dat ik besefte dat Jezus en ik te zeer uit elkaar begonnen te groeien, besloot ik Helemaal Opnieuw Te Beginnen. En zo kwam het dat ik zeker eens in de paar maanden 's avonds laat de trap afdaalde.

"Vader, moeder, ik begin een nieuw leven", zei ik.
"Vanaf nu zal ik het goede doen voor alle schepselen op aarde."
"Dat is fijn kind", zei mijn vader, met een schuin oog naar de televisie.
"Ik zal mijn broertje ook niet meer aan zijn haar trekken", zei ik.
"Begin daar morgen maar mee", zei mijn moeder.
"In de geest van mijn vriend de Here Jezus zeg maar", zei ik.
"Lekker slapen kind", zei mijn vader.

En dan ging ik naar boven en ik keek in de spiegel en ik zag een onbeschreven blad en de opluchting overspoelde mij. Die nacht en de dag erop was ik weer de beste vriend van Jezus. We wilden dezelfde dingen, we vonden hetzelfde leuk en we waren het dus overal over eens. Maar de avond erop lachte mijn broertje me uit om mijn Lee Towers-bril, dus moest ik hem wel slaan. En als we patat aten, was het helemaal moeilijk allemaal. In de jaren daarna verloren Jezus en ik elkaar uit het oog - ik ging naar de havo, hij was meer een hoogvlieger.

Maar goed, ik kom nog steeds op z'n verjaardag, dat dan weer wel.



18 december 2009

hebben jullie zin in een potje triviant?

“Nee, maar die borsten van Patries die zijn wel fotoshopt”, zei ik.
“Ik heb zin om heel veel nieuwe make-upjes te kopen”, zei vriendin 1.
“Ik verveel me”, zei ik.
“Ik verveel me ook”, zei vriendin 1.
“Hebben jullie zin in een potje Triviant?”, zei de man van vriendin 1.

Ik verslikte mij, in niets. De laatste keer dat ik een spelletje deed, verloor ik van een kind van twee, dat met een stalen gezicht alle Memorykaartjes goed omdraaide. De tweejarige lachte mij daarna keihard uit, hetgeen mij in een discussie met zijn ouders deed belanden over respect voor oude vrouwen. Het werd geen slaande ruzie maar ik moest dus wel lopend naar het station die avond.

“We kunnen ook een eh stukje wandelen?” zei ik.
Wandelen is een onschuldige activiteit, die tot weinig meer onenigheid kan leiden dan 'waarom gaan we hier niet linksaf', 'ik weet zeker dat we al op dit bospad geweest zijn' en 'jij denkt ook altijd dat je richtinggevoel hebt'. Oké, wandelen is risicovol, je kunt het maar beter in je eentje doen.

Bovendien: de man van vriendin 1 had de doos al op tafel gezet.

“Wat voor kleur hebben de schepen in de blablablazee om op te vallen bij de ijsschotsen zeg maar dat de ijsschotsen zien van hee fukaduk een schip”, las ik even later voor. (Het is een teken van sportiviteit als je de vragen van het Triviantspel eerst even herhaaldelijk voor jezelf leest en ze dan in normaal Nederlands herformuleert.)
“Geen idee”, zei de man van vriendin 1.
“Ik denk: rood”, zei vriendin 1.
“Houd!!! Je!! Kop!!!!”, zei ik tegen vriendin 1.
“Oh tuurlijk!! Rood!”, riep de man van vriendin 1.
“Dit antwoord is juist”, zei ik met verstikte stem.
“Sorry ik ben gewoon zo blij als ik een antwoord weet”, zei vriendin 1 tegen mij.
“Je moet gewoon je kop houden”, zei ik schor.
“Jij lacht elke keer keihard als ik een fout antwoord geef, TRUT!!!”, zei vriendin 1.
“Gewoon je BEK houden!!!”, zei ik.
“Houd zelf je BEK!!!!!”, zei vriendin 1.

“Zullen we een korte peukenpauze doen?”, zei de man van vriendin 1.
En zo gebeurde het dat wij in het zicht van kerstmis 2009 allemaal weer aan de sigaret waren.



17 december 2009

het roddelcircuit is een lastig circuit

En toen bereikte ons het gerucht dat wij dit jaar geen kerstpakket gaan krijgen op Kantoor.

"Dit kán niet waar zijn" , zei collega S.
"Het is een gerucht hè", zei collega D.
"Maar waar vandaan kómt dit gerucht", zei ik.
"Uit het roddelcircuit", zei collega D.

Het roddelcircuit op Kantoor is een fascinerend circuit waarvan wij normaal gesproken dankbaar gebruikmaken. Waar ik 'wij' zeg, bedoel ik eerlijk gezegd: de rest van onze redactie. Ikzelf ben niet geschapen voor het roddelcircuit, ik snap geen hints en ik kan niks met dubbelzinnige opmerkingen die vergezeld gaan van een knipoog. Hoe vaak ik al niet een toilet op ben getrokken door iemand waarvan dan later bleek dat hij alleen maar even een roddel wilde doorgeven. Zo pijnlijk, zeker als je dan je bloesje weer moet dichtknopen en alleen nog maar kunt stamelen 'okidoki, we gaan er zeker achteraan, doei!!!'.

Het roddelcircuit is een lastig circuit. Berucht is de rij bij de restaurantkassa waar mensen van Kantoor je toefluisteren dat je pagina 4 van de notulen van de deelraad moet checken, waarna jij je afvraagt wtf is een deelraad en je je vijf minuten later alleen nog maar herinnert dat er 'iets met een pagina 4 aan de hand is', waarop je baas fronst en jij met je hoofd op je toetsenbord gaat liggen. Om toch aan mijn roddelquotum te komen, neem ik daarom bij tijd en wijle iemand van Kantoor mee naar de kroeg, om hem daarna te laten vollopen met sterke drank. Mensen worden dan vanzelf rechtstreeks, ondubbelzinnig en totaal indiscreet. Ik ben hier niet trots op maar het kan soms niet anders.

"Ik kan me niet vóórstellen dat we geen kerstpakket krijgen", zei collega S.

Collega D. tuurde naar de lucht, alsof het kerstpakket in de hemel lag te wachten op een bezorgservice die alles weer recht zou breien. Ikzelf probeerde mijn hart tot bedaren te brengen. Het kerstpakket is één van de twee redenen waarom ik überhaupt op Kantoor ben gaan werken. De andere reden: geen idee meer.

“Van wie heb je het”, zei ik.
“Uit zéér betrouwbare bron”, zei collega D. plechtig.
“Die desalniettemin anoniem wil blijven zeker”, zei collega S.
“Inderdaad”, zei collega D.

Dus nu kunnen we alleen maar afwachten of het waar is :/



16 december 2009

alsof hij zo uit een cola-reclame kwam lopen

“Gerrit, dit kan zo niet langer doorgaan met ons”, zei ik.
“Hoezo dat dan”, zei automonteur Gerrit.

Ik haalde diep adem. Ik stond op het punt om automonteur Gerrit eens precies te zeggen wat ik ervan dacht. Dat ik, elke keer nadat de garage van Gerrit een kleinigheid aan mijn auto had gefikst, de dag erop weer terug kon komen. Omdat er bijvoorbeeld 'iets' onder de auto hing. De verlichting het nu helemáál niet meer deed. Of, een minor detail natuurlijk, dat de remmen ineens niet meer werkten. Dat laatste was op zich best om je helemaal ziek te lachen, zeker achteraf.

“Wel, Gerrit”, begon ik en ik was vast van plan om aan het einde van de zin afscheid te hebben genomen van Gerrit en zijn hele fokking autogarage, ware het niet dat ik op dat exacte moment ontzettend werd afgeleid door het passeren van een jonge, viriele automonteur die eruit zag alsof hij zo uit een commercial voor cola was weggelopen. De viriele automonteur lachte naar me, ik lachte terug, wierp een lok naar achter en stak mijn wijsvinger op. (Inderdaad, welke vrouw steekt er nu een wijsvinger op, echt totaal belachelijk.)

“Wie is dat!! Wie is dat!!!”, zei ik.
“Dat is Antonio, hoezo dat dan”, zei Gerrit.
“Oooh niks”, zei ik.

De jonge, viriele automonteur die dus Antonio heette, kwam teruglopen met een groot auto-onderdeel in zijn armen. Het leek mij een sterke jongen die mij dus gemakkelijk op een voetstuk kon tillen. Hij gaf mij een knipoog. Ik viel bijna flauw. In plaats daarvan stak ik opnieuw mijn wijsvinger op. (Twee keer een wijsvinger, echt, dan spoor je dus niet.)

“Dat dingetje met je remmen, dat was dus Antonio”, zei Gerrit.
“Nou goed, dat kan de beste gebeuren”, zei ik.
“Ik zorg dat ik dat straks ff fix voor jou”, zei Gerrit.
“Geen punt Gerrit, ik kom morgen wel terug”, zei ik.

En ik danste het terrein van de autogarage af, en ik danste de lange weg naar mijn huis. En in mij was een vaag besef van deerne, deerne, dit is niet hoe we het allemaal gepland hadden vandaag. Maar dat besef was gelukkig veel te vaag om er ook echt iets mee te hoeven doen.



15 december 2009

de brutalen hebben de halve wereld

Nadat wij Ibiza, Barcelona en India als mogelijke bestemmingen voor een nachtje weg de revue hadden laten passeren, belandden vriendin 1 en ik uiteindelijk in de stad Groningen met onze rolkoffertjes.

Dit was niet geheel onverwacht. Op de een of andere manier belanden vriendin 1 en ik namelijk uiteindelijk altíjd in Groningen. Ik vermoed dat Groningen voor ons hét symbool is voor de provence, met daaraan gekoppeld: normale mensen, die nog een beetje normaal tegen je doen.
"In Groningen zeggen de peoples tenminste nog hoi tegen je als je bij de bushalte staat', zei ik.
"Maar we zijn met de auto hè", zei vriendin 1.
"Het gaat om het idee, moppie”, zei ik.

Het was supergezellig, tot op het moment dat wij de sleutel van onze hotelkamerdeur omdraaiden.
"Kutterdefuk", zei vriendin 1.
"You can say that again", zei ik.
"Kutterdefuk", zei vriendin 1.

De hotelkamer zag eruit als een kamer uit een serialkillerfilm, waarin je het bloed als het ware met gemak op de muur kon visualiseren. Bovendien betrof het hier een zogenaamde kabouterhotelkamer: als vriendin 1 's nachts zou moeten plassen, zou ze over mij heen moeten rollen - en eenmaal uitgerold direct op de wc belanden, dat dan weer wel.

"Dit pikken we niet", zei vriendin 1.
"Maar dit zijn onze normale kamers", zei de dienstdoende receptionist die voor de gelegenheid verbijsterd keek.
"Wíj vinden het niet normaal", zei vriendin 1.
"We krijgen verder nooit klachten", zei de receptionist.
"Eén keer moet de eerste zijn", zei vriendin 1.
"Inderdaad", zei ik, omdat ik toch ook eens iets moest zeggen.

De receptionist zweeg. Vriendin 1 zweeg. Het ging er nu om wie het langst kon zwijgen.

"Ik kán u natuurlijk zonder bijbetaling een van onze luxe kamers aanbieden", zei de receptionist verslagen.
"Dat lijkt ons een acceptabele oplossing", zei vriendin 1 afgemeten.

Die nacht sliepen wij als prinsesjes.
"Ik ben in de hemel", zei vriendin 1 gesmoord vanonder het zachtste dekbed ooit.
"Als ik nu sterf, heb ik toch een mooi leven gehad", zei ik terwijl ik wegzonk in het weldadigste matras ever.

Wat ik maar wil zeggen: de brutalen hebben de halve wereld. Vroeger dacht ik dat de andere helft van de wereld dan dus mooi voor de niet-brutalen was, maar dat blijkt een semantische vergissing. De brutalen hebben de halve wereld, mensen. Doe er je voordeel mee.



14 december 2009

het rotte van de school met de bijbel

Ja mensen, ik heb een kledingkamer. Je zou het ook een walk-in-closet kunnen noemen, maar we zijn hier niet in de friggin' US of A, dus ik noem dat gewoon een kledingkamer. Het voordeel van een kledingkamer is dat je al je kleren in één oogopslag kunt zien. En het nadeel van een kledingkamer is dat je al je kleren in één oogopslag kunt zien.

Het zijn er heel veel. Heel, heel veel. En ik denk dat ik negentig procent van die kleren nooit aan heb. We noemen deze kleren: miskopen. Ik heb heel, heel veel miskopen.

(Even terzijde: eigenlijk heb ik maar een stuk of drie kledingstukken waarin ik me fijn voel. Een bepaalde broek, een bepaald shirt en bepaalde schoenen. Je kan er lekker in bewegen, je voelt je niet al te varkensachtig en er is ook geen kans dat je plat op de bek gaat, bijvoorbeeld voor het oog van je miljarden Kantoorgenoten. Het liefst zou je deze drie kledingstukken dus elke, maar dan ook elke dag aantrekken. Maar ja, je werkt dus op een Kantoor en je weet heel goed dat je niet elke dag die drie kledingstukken kunt aantrekken, want daar stoot je dus mensen mee af. Dit is niet goed voor je netwerk. Netwerken is heel belangrijk tegenwoordig, ik had gehoopt dat het wel over zou waaien maar nee hoor.)

Enfin, het mooie van miskopen is dat je er vanaf kunt komen. Namelijk als er eens in de zoveel maanden een of andere zak van een of andere Max in je brievenbus ligt en jij je vanuit de bijbellessen van vroeger herinnert dat het beter is om te geven dan te ontvangen. Je pleurt al je miskopen in de Zak van Max, en je voelt je keigoed.

Voor een minuut of zo. Want dat is het rotte van de School met de Bijbel: je kan je héél goed inleven in de Here God. En als ik dus de Here God was, dan zou ik zeggen: "Nou nee Jacq, dit is dus valsspelen, een écht goed mens geeft juist iets weg waaraan hij gehecht is. Groetjes, God."

Maar dan zeg ik op mijn beurt : "Jezus, ik heb dus maar drie dingen waarin ik me fijn voel, mooi niet dat ik uitgerekend die weggeef. Groetjes terug, Jacq."

WTF, dan maar naar de hel.



13 december 2009

ik ben een rond en spekkig boerinnetje

Ik ben in korte tijd verslaafd geraakt aan het een uur lang ervaren van pijn op zoveel mogelijk plaatsen in het menselijk lichaam. Maar dat komt: het is pijn op muziek. En het ritmisch kreunen van "au, au, au" is enfin ik schaam me een beetje om het op te schrijven maar nou ja dat is dus heel plezierig. Misschien is alles in het leven goed te dragen als het maar in de maat is, denk ik nu ineens. Het is maar een losse gedachte maar misschien iets om verder te exploreren door een intelligenter persoon.)

Dus ik rolde mijn matje uit en ik bezag mijzelf in de spiegelwand die de hele wand besloeg want anders zou het ook geen spiegelwand zijn natuurlijk. Ik ging met de handen in de zij staan. Dat flatteert mij niet bepaald, ik zie er direct uit als een boerin die ongeduldig de bloemkool uit de grond kijkt. Een rond en spekkig boerinnetje waar de boer 's avonds verwachtingsvol achter kruipt in de bedstee maar nu fantaseer ik er even op door hè.

Ik liet mijn handen iets zakken en drukte ze stijf tegen mijn muffinflanken. Moest me bedwingen om niet goedkeurend te hummen. Het leek net alsof er heel geen vet zat en ik dientengevolge superslank was! Soms is het goed de fysieke werkelijkheid even naar je hand te zetten, to to speak. De vrouw die zichzelve slanker ziet dan zij in werkelijkheid is, die beziet de wereld in een mooier licht. Dit straalt zij dan uit naar de medemens, de medemens straalt het weer uit naar zijn medemens, die weer naar de hunnes en zo komt de wereldvrede weer een stukje dichterbij. Het is niet dat ik denk dat ik persoonlijk zo veel macht bezit, maar het komt best in de buurt.

Tevreden draaide ik een rondje en stak twee duimen op naar de vrouw achter me. Zij stak een middelvinger naar mij op. Ik begrijp vrouwen soms niet, ik bedoel het allemaal goed.

De muziek kwam uit de lucht vallen.
"Oké, armen horizontaal", riep het bodybalancejufje.

Ik maakte mijn handen met tegenzin los van mijn flanken, mijn vet ademde tevreden uit, ik strekte mijn armen, een akelige maar plezierige siddering doortrok mijn lichaam en het uur van de pijn begon.



12 december 2009

ontsnappen aan je kantorige zelf

Het is altijd wat raar om mensen van Kantoor ineens buiten Kantoor te ontmoeten. Mij overvalt meestal het idee dat ik direct aan het werk moet, of op zijn minst een of andere computer aan moet zetten.

Veel mensen van Kantoor zijn ineens heel anders als ze buiten Kantoor zijn. Ikzelf heb dat niet, ik ben eigenlijk overal dezelfde en ik zit dus ook in de kroeg voornamelijk met één dichtgeknepen oog te bepalen wie van de overige aanwezigen wel eens een serial killer zou kunnen zijn. Maar goed, niet iedereen is zo steady van karakter. Er zijn er die heel goed aan hun Kantorige zelf weten te ontsnappen. Bijvoorbeeld door het afdoen van hun stropdas. Of door het innemen van heel veel drank.

"Was hij nou bezopen", zei vriendin B., nadat wij ons met veel moeite hadden weten los te rukken van de man van Kantoor die ons op het terras bij de kerk benauwend lang had omhelsd.
"Hmm, hij doet op Kantoor ook altijd heel raar”, zei ik.
"Maar dat verhaal over die nietmachine ging echt nergens naartoe!", zei vriendin B.
"Nou goed", zei ik vergoeilijkend, omdat het gros van mijn eigen verhalen ook nergens naartoe gaat.

Wij liepen naar onze fietsen.
"Oh my god, De Kale van personeelszaken op tien uur ", zei vriendin B.
"'s Morgens of 's avonds", zei ik.
"Die trek ik dus echt niet óók nog, De Kale", zei vriendin B.
"Geen oogcontact maken ik herhaal geen oogcontact maken, we zijn druk in gesprek", zei ik.
"Ik loop in een rechte lijn naar onze fietsen blijf praten", zei vriendin B.
"Ik loop in deze zelfde rechte lijn met jou mee heel gezellig allemaal wat doet hij", zei ik.
"Keep talking, we zijn in gesprek, we zijn druk in gesprek hij draait zich om", zei vriendin B.
"Dat is een waar woord wat je daar zegt kijkt hij nog", zei ik.

Maar toen waren we veilig bij onze fietsen en we sjeesden weg. Schielijk keek ik achterom, alsof De Kale van personeelszaken al bijna een ruk gaf aan de bagagedrager. Maar de straat achter ons was leeg.

"Nog even ergens anders heen?", zei vriendin B.
"Nee ik moet vroeg beginnen morgen", zei ik.
"Het is morgen zondag Jacq", zei vriendin B.
"Meen je dat nou", zei ik verbaasd.



6 november 2009

ik wil best in quarantaine

Met een eersteklaskaartje koop je een stukje rust en vrede. Voor veel geld. Dus het gevoel dat je overvalt als blijkt dat de eerste klas bomvol zit - dat gevoel is woede. Pure, gerechtvaardigde woede.

Ten einde raad wrong ik mij in een werkcoupé. Niemand werkte. Links van mij zaten twee jongens patat te eten. Het stonk. En volgens mij waren ze niet eens eersteklasgerechtigd. Ik kreeg zin om ze bij de conducteur te verlinken, want aan mij is best een goeie nsb'er verloren gegaan. Maar goed, dan moest ik opstaan. Aan het raam staarde een belezen man getergd naar buiten. Hij had wenkbrauwen waarvan sommige haren óver zijn brillenglazen heen krulden. Het kon niet anders of het moest hem het zicht enorm beletten. Ik had zin om ze er even keihard af te rukken want als je het hard doet, doet het het minste zeer. Als je de afgerukte wenkbrauwharen dan zou verzamelen, zouden zeker twee hamsters er een holletje van kunnen maken, dacht ik. Ik weet niet waarom ik ineens aan hamsters moest denken, ik denk normaal nooit aan hamsters.

De deur schoof open. Een stokoude vrouw maakte zich op om de coupé te betreden. De belezen man en ik wisselden een hoogopgeleide blik van verstandhouding, zo van: djiezus komt die TRUT er ook nog eens even bij, KUTZOOI!! Ik zette me schrap. Waarschijnlijk zou de oude vrouw net tijdens een wissel op mijn schoot belanden, want dat doen ze altijd. Het beste wat je kunt doen, is zo'n oude vrouw met je eigen particuliere superkracht van je af lanceren. Meestal landen ze dan op de stoel tegenover je, soms ook niet maar onder ons gezegd en gezwegen: dat ligt natuurlijk óók aan het richtingsgevoel van de gelanceerde oude vrouw.

De oude vrouw helde over naar mij, ik gaf haar een duw en ze viel op de stoel tegenover mij. Direct begon ze te hoesten. Ze hoestte in haar hand en niet, zoals ons allen van overheidswege is opgedragen, in haar elleboog. Een bacil zweefde relaxt mijn kant op. Ik dacht aan de Mexicaanse griep en dat die mij nu elk moment kon gaan treffen. Ik zou in quarantaine moeten - en terwijl ik probeerde elk fysiek contact met de oude vrouw, de patatjongens en de wenkbrauwen van de belezen man te vermijden, leek mij dat dus ineens best een prettig iets.