muzikant rijmt op interessant
Het ondoorgrondelijke van basgitaristen zit hem erin dat ze zo ondoorgrondelijk zijn als de pest. En zo kan het gebeuren dat je bij een basgitarist denkt: zo hee, dat is nog eens een muzikaal type. Nu is dat meestal wel waar. Waar wij gewone mensen slechts de melodie van een liedje kunnen neuriën, horen basgitaristen een baslijntje. Eerst dacht ik dat dat aanstellerij was. Ik hoor zelf ook wel eens dingen die er niet blijken te zijn. Maar een baslijntje bestaat dus echt. Jawel hoor, echt!
Dat ondoorgrondelijke. Dat brengt een mens op rare gedachten. Ik was geïntrigeerd. Want muzikant, dat rijmt op interessant. Ik ging er vanuit dat de basgitarist tijdens het spelen op zijn basgitaar in zijn hoofd diepe dingen dacht. Boeken verslond. Theorieën verzon. Gedichten schreef. Maar uiteindelijk bleek dat er een waarheid was die erger was dan welke waarheid ook. 'Houd je van lezen?', vroeg ik ademloos nadat ik weken moed had verzameld en zeven keer was flauwgevallen. Ik had al tijden een beeld in mijn hoofd van mijzelf en de basgitarist, lezend bij een haardvuur. Soms zou hij opkijken en mij een knipoog geven. Soms zou hij stukken aan mij voorlezen en wachten op mijn reactie. 'Mwoah', zei de basgitarist. 'Nou?', vroeg ik. 'Wat nou', zei de basgitarist. 'Of je van lezen houdt', zei ik. 'Ik heb nog nooit een boek uitgelezen eigenlijk', zei de basgitarist. En toen hinnikte hij. Net zoals mijn kat soms kan hinniken. Maar kijk, dat is een kat. 'Wat vind je dan wél leuk', vroeg ik. Misschien redde hij diersoorten, als hij niet basgitaarde. Zoveel diersoorten dat er geen tijd voor lezen was. De ene diersoort na de andere. Of de diersoorten het nu wilden of niet. 'Mwaoh', zei de basgitarist. ‘Uhuh’, zei ik aanmoedigend. 'Er is altijd wel wat op tv', zei de basgitarist.
Ik zag in mijn hoofd een zappende basgitarist. Onderuit op een bank hing hij. Met chips. En bier. Zijn basgitaar lag op zijn buik. Als een dood dier dat niet meer leefde. Ik zag mijzelf ernaast zitten. Ik las een boek, met toegeknepen mond. Ik sloot mijn ogen. 'Tekenfilms zeker', zei ik. 'Ja, hahaha!', zei de basgitarist. 'Ha ha', zei ik.
Het was even slikken. Maar toen richtte ik moedig mijn hoofd weer op. De drummer dan! Hij was me al opgevallen, maar de basgitarist leek toen nog een optie. De drummer drumde precies op de maat. Nee, dat zeg ik natuurlijk verkeerd. Hij drumde de maat en de andere bandleden vólgden de drummer. Ik vond dat idee wel opwindend. Plus dat hij stoïcijns voor zich uitkeek, alsof hij het drummen er als het ware tussendoor deed. Ik was al een openingszin aan het bedenken. Maar het was mijn vriendin die de situatie redde. ‘Hij lijkt net een kikker', zei mijn vriendin. 'Nuut!', riep ik. 'Kiek die kop dan!', zei mijn vriendin. 'Nuuuut!', riep ik. Maar toen was het kwaak al geschied. Dus daar kwam ik eigenlijk nog mooi vanaf.
Dat ondoorgrondelijke. Dat brengt een mens op rare gedachten. Ik was geïntrigeerd. Want muzikant, dat rijmt op interessant. Ik ging er vanuit dat de basgitarist tijdens het spelen op zijn basgitaar in zijn hoofd diepe dingen dacht. Boeken verslond. Theorieën verzon. Gedichten schreef. Maar uiteindelijk bleek dat er een waarheid was die erger was dan welke waarheid ook. 'Houd je van lezen?', vroeg ik ademloos nadat ik weken moed had verzameld en zeven keer was flauwgevallen. Ik had al tijden een beeld in mijn hoofd van mijzelf en de basgitarist, lezend bij een haardvuur. Soms zou hij opkijken en mij een knipoog geven. Soms zou hij stukken aan mij voorlezen en wachten op mijn reactie. 'Mwoah', zei de basgitarist. 'Nou?', vroeg ik. 'Wat nou', zei de basgitarist. 'Of je van lezen houdt', zei ik. 'Ik heb nog nooit een boek uitgelezen eigenlijk', zei de basgitarist. En toen hinnikte hij. Net zoals mijn kat soms kan hinniken. Maar kijk, dat is een kat. 'Wat vind je dan wél leuk', vroeg ik. Misschien redde hij diersoorten, als hij niet basgitaarde. Zoveel diersoorten dat er geen tijd voor lezen was. De ene diersoort na de andere. Of de diersoorten het nu wilden of niet. 'Mwaoh', zei de basgitarist. ‘Uhuh’, zei ik aanmoedigend. 'Er is altijd wel wat op tv', zei de basgitarist.
Ik zag in mijn hoofd een zappende basgitarist. Onderuit op een bank hing hij. Met chips. En bier. Zijn basgitaar lag op zijn buik. Als een dood dier dat niet meer leefde. Ik zag mijzelf ernaast zitten. Ik las een boek, met toegeknepen mond. Ik sloot mijn ogen. 'Tekenfilms zeker', zei ik. 'Ja, hahaha!', zei de basgitarist. 'Ha ha', zei ik.
Het was even slikken. Maar toen richtte ik moedig mijn hoofd weer op. De drummer dan! Hij was me al opgevallen, maar de basgitarist leek toen nog een optie. De drummer drumde precies op de maat. Nee, dat zeg ik natuurlijk verkeerd. Hij drumde de maat en de andere bandleden vólgden de drummer. Ik vond dat idee wel opwindend. Plus dat hij stoïcijns voor zich uitkeek, alsof hij het drummen er als het ware tussendoor deed. Ik was al een openingszin aan het bedenken. Maar het was mijn vriendin die de situatie redde. ‘Hij lijkt net een kikker', zei mijn vriendin. 'Nuut!', riep ik. 'Kiek die kop dan!', zei mijn vriendin. 'Nuuuut!', riep ik. Maar toen was het kwaak al geschied. Dus daar kwam ik eigenlijk nog mooi vanaf.