20 mei 2005

het chagrijn van de oude sting

Hoe The Police op mijn audiokey terecht waren gekomen, geen idee. Maar ze waren er nu eenmaal. Every little thing she does is magic, zong Sting. Het betrof hier duidelijk de Sting uit mijn jeugd. Niet de Sting die tantrasex met zijn vrouw heeft, overal waar zij maar een plekje kunnen vinden. Neen, de jonge Sting, die het liefst strak en nors voor zich uitkeek. Het was een oppervlakkig soort norsheid, zo voelde je dat als meisje haarfijn aan. Niet het soort norsheid waarachter een wereld van gevoel en depressie schuilging, zodat je je helemaal kon voorstellen dat jij hem dan zou redden met je opgewekte karakter en vlotte kwinkslagen die ondeugend maar toch niet grof waren.

Zo een Robert Smith van The Cure bijvoorbeeld, die had dat weer wél helemaal. Die jongen had mij echt nodig, dat zag je aan alles. Hoewel ik me dan weer niet kon voorstellen dat hij op een keer bij mijn ouders zou moeten komen koffiedrinken. Ik wist niet precies wat er dan mis zou gaan, maar dát er dingen mis zouden gaan, daarover bestond geen twijfel. Het was meer de vraag of er wel dingen goed zouden gaan. Waarschijnlijk zou hij nooit meer mogen komen koffiedrinken van mijn vader en moeder. Maar goed, dan ging ik dus voor Robert zorgen.

Nee, Sting was gewoon nors uit een soort van chagrijn of zo. Alsof ze net weer zijn merk frisdrank niet hadden, of zo. ‘Heej! Deze cola lus ik dus niet hè!’ Even though my life before was tragic, zong de Sting van vroeger op mijn audiokey. Ik sloot mijn ogen. In de jukebox van mijn leven vonden mijn hersens hoe het vroeger rook. Naar het aardrijkskundelokaal als B4 er had gezeten, naar verachtelijke puberjongetjes met een hoog stemmetje en naar geplette boterhammen met kaas. Ik zag mijzelf per ongeluk in de ruit waar ik eigenlijk doorheen had willen staren. Als ik mijn hoofd op een bepaalde manier schuin hield, zag ik er nog net zo uit als toen ik dertien was. Die verpletterende angst dat ik erbij zou moeten horen. En de net zo verpletterende angst dat je overal buiten viel. Oh, en dan nog verpletterende angst in het algemeen. Kan het zijn dat een stuk van jezelf gewoon altijd dertien blijft? Dat iederéén er op onbewaakte momenten uitziet als toen hij dertien was?

Dwars door mijn hoofd heen kwam een trein het station binnenrijden. Over de hele lengte sprongen deuren open. Traag stroomden reizigers naar buiten. Het leek op een gele tuinslang die op verschillende plaatsen lek was. Een stoet van mensen liep het perron over. Op weg naar mijn trein, of op weg naar iets anders. Ineens beving het mij dat ieder mens zijn eigen leven heeft. Met een jeugd, met een dertienjarigenstuk en met wat daarna nog zou komen. Een grote vermoeidheid viel op mij. Maar inderdaad, dat kon natuurlijk ook door de oude Sting komen, die maar niet wilde weg-faden op mijn audiokey.

0 reacties:

Een reactie plaatsen