Er ging iets mis. Eerst ging alles nog goed. Er kwam een verwarmingsmonteur voor onderhoud. Onderhoud is heel belangrijk. Het kan immers zijn dat er een tijdbom tikt in je verwarmingsinstallatie en dat jij dat niet weet. Dat je wel dingen hoort tikken maar denkt dat het iets anders is. Je wekker. Of je hart. Of gewoon wel een bom, maar dan niet in je verwarmingsinstallatie.
Er ging iets mis. Of eigenlijk ging alles mis. De verwarmingsmonteur stond al een half uur op een trapje op dingen te slaan en aan dingen te trekken. Metalen echo's klonken. Ik hoorde de verwarmingsmonteur verwoed proberen de waakvlam weer aan te krijgen. Een gesmoorde vloek klonk. Ik wou hem waarschuwen. Ooit was het mij ook niet gelukt de waakvlam aan te krijgen en ik had toen ook gesmoord gevloekt. Vanaf die gesmoorde vloek was ik een beetje gaan ontsporen. Zo had ik de knop een minuut ingedrukt gehouden voordat ik er een lucifer bijhield. Een bal van vuur was op mijn gezicht gevlogen. Gelukkig heb ik er niks aan overgehouden. Ja oké, blond haar.
Achter mij klonk gekreun en geworstel. Misschien vocht de verwarmingsmonteur met zijn eigen ego. Later klonk het meer alsof de hij in de schoorsteen aan het klimmen was, hoewel ik niet zeker weet of ik wel een schoorsteen heb. Maar daar zouden we dan nu mooi achter kunnen komen! 'Alles goed?', riep ik. Het bleef stil. Verwarmingsmonteurs kunnen nooit eens gewoon antwoord geven, dat valt me wel vaker op. Andere mannen hebben het ook. Je stelt ze een vraag en de vraag verdwijnt in het niets. Eerst wacht je dan nog even omdat je het ergens niet kunt geloven dat vragen in het niets verdwijnen. Maar na een tijdje is het alsof de vraag nooit gesteld is. Dus dan ga je maar iets anders doen. Tenminste, zo ga ik er mee om.
Ineens stond hij naast mij.
‘Er zijn vier onderdelen kapot', zei de verwarmingsmonteur.
'Wat nu te doen', vroeg ik zakelijk.
'Het is haast vijf uur', fluisterde de verwarmingsmonteur.
'Ja, en?', zei ik.
'Dan is me werk eh afgelopen', zei de verwarmingsmonteur.
'Aha', zei ik.
Ik ken dat, van dat het vijf uur is. Dan is je werk afgelopen. Niet omdat het écht afgelopen is maar omdat het écht vijf uur is. Niks aan te doen. Morgen weer een dag hoor!
Toen werd ik wakker.
'Ja maar mijn waakvlam dan!', riep ik.
'Ja ... eh ...', zei de verwarmingsmonteur.
'Luister', zei ik.
Vóór de tussenkomst van de verwarmingsmonteur was er niks en niemendal aan de hand geweest. Ik en mijn verwarmingsketel, we hadden het goed, we hadden het fijn en we dachten dat het altijd zo zou blijven. En toen kwam de verwarmingsmonteur en die maakte in een kwartier tijd vier onderdelen kapot. Het leek wel een horrorfilm, maar dan zonder bloed en zonder reclame.
Mijn oog ving de klok.
De woorden stierven in mijn mond.
De verwarmingsmonteur keek met me mee.
Vijf uur één.
'Ik bel u morgen', zei de verwarmingsmonteur.
En hij vloog zo de schoorsteen uit.
18 oktober 2005
mannen geven nooit eens antwoord
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)
0 reacties:
Een reactie plaatsen