de metro-columns | jacq. veldman





25 november 2005

ik kan een nieuw leven gaan beginnen

Ik knipperde met mijn ogen. Ik knipperde de ganse dag met mijn ogen. Ik knipperde de ganse dag zoveel met mijn ogen dat de mensen er dingen bij begonnen te denken. Een aantal van die mensen begon terug te knipperen. En voordat ik die weer van mij had afgeschud, was ik steeds weken verder. Mensen kunnen zo hardnekkig zijn.

Hoe dan ook, er moest iets gebeuren. En ik had er de dikke opticien voor nodig. De dikke opticien is de broer van de dunne opticien. De dunne opticien heb ik al in geen drie jaar gezien. Ik ben een beetje bang dat de dikke opticien zijn dunne broer heeft opgegeten. De dikke opticien het altijd heeft over dat hij is wezen skiën. Hij zegt het zelfs als het totaal niet logisch is in het lopende gesprek. Dan zeg ik bijvoorbeeld: 'Jongens, jongens, wat een weertje hè'. En dan zegt hij: 'Nou, in het skigebied waar ik vorige week ...'. Oké, slecht voorbeeld. Ikzelf denk dat de dikke opticien helemaal nooit is wezen skiën. Ik denk dat hij ooit eens uit zijn huis getakeld is en dat hij dat verwart met een skilift. Ik heb daar nooit iets over gezegd. Zo ben ik niet.

'Goedenmiddag', zei de dikke opticien.
'Goedenmiddag', zei ik.
'Wat een weertje hè', zei ik.
'Zeg dat wel', zei de dikke opticien.

Dus het gaat ook weer niet altíjd op. De opticien keek naar hoe de lens dreef in mijn oog.

'Tsjaa ...', zei de dikke opticien.
'Wat nu te doen zeg', zei ik.
'Misschien moet je er een bril bij nemen', zei de dikke opticien.
'Beláchelijk idee', zei ik.

Enfin, ik ben nu dus ook verkrijgbaar met bril. Mijn bril is een kek geval. Toch droeg ik hem eerst alleen binnenskamers. Wie ooit als kind bebrild is geweest, heeft moeite met het accepteren van latere brillen. Maar zie, op zekere dag kon het me ineens geen ruk meer schelen wie mij met mijn bril zou zien. Misschien is dat een triest voorbeeld van het op leeftijd komen, dat uiterlijkheden je op een gegeven moment geen ruk meer kunnen schelen.

Maar let op! Nu is er een onverwacht bij-effect: de mensen herkénnen me niet met bril! Vriend J. bijvoorbeeld moest tien seconden kijken voordat hij mij durfde aan te spreken. En vriendin S. liep me minzaam knikkend voorbij toen ik naar haar riep vanaf de overkant van de straat. Alsof ik een zwerver was die men maar beter correct kon benaderen omdat hij je anders misschien zou gaan vermoorden, op een woeste, slordige manier en met onduidelijke keelklanken.

Eerst dacht ik: nou moe! Maar langzaam is er een besef in mij gevaren. Het besef gaat als volgt: ik kan een nieuw leven gaan beginnen. Gewoon bij mij in de stad! Met een nieuwe persoonlijkheid bijvoorbeeld, want daar ben ik wel een beetje aan toe. En met nieuwe hobby's, zoals bijvoorbeeld fitness of andere sporten. De mogelijkheden zijn ongekend. Dus het hoeft niet per sé iets met sport te zijn.