de metro-columns | jacq. veldman





25 januari 2006

het giechelen van de croutons

Je hebt de gewone soep en je hebt de luxe soep. En naast de luxe soep in de kantine van Kantoor staat een bakje met croutons. Dat is namelijk de luxe van de luxe soep. Het bakje staat er al tijden. Maar afgelopen donderdag hing er ineens een A-viertje naast, dat met ongelijke stukken cellotape aan de balie was vastgeplakt. ‘Gaarne een redelijke hoeveelheid toppings gebruiken’, stond er op het papier. En dan twee ferme strepen onder het woord redelijk.

Ik had er direct beeld bij. Ik zag hem voor mij, die woensdag vóór de donderdag. Die zo vredig was begonnen, maar waarop uiteindelijk iemand ijskoud en zonder emotie het hele schaaltje croutons in zijn luxe soep had gekieperd. Was er toen eerst discussie ontstaan, daarna een handgemeen en hadden drie agenten de partijen ten slotte uit elkaar moeten trekken? 'Er zit niets anders op', moet de manager catering diezelfde dag nog hebben gezegd. 'We maken een A-viertje.' Verstolen had hij zijn pijnlijke wang gewreven. ‘Maar wát moet erop!', zal de zenuwachtige kantinejuffrouw ongetwijfeld hebben geroepen. Want die ziet altijd overal zenuwen. Toen had de manager catering doortastend een viltstift gepakt. En toen was dit er dus uit gekomen. Met twee strepen onder redelijk.

Maar wat is nou eigenlijk redelijk, bijvoorbeeld als het om croutons gaat? En wie bepaalt dat? Ik ging vroeger een keer eten bij een vriendinnetje waar men het heel redelijk vond dat je rechtstreeks met je vork in de pan prikte. Bij ons thuis vonden mijn vader en moeder dat juist heel erg ónredelijk, maar dat bleek pas de volgende dag.

Enfin, nu neem ik zelf dus nooit de luxe soep maar gisteren dacht ik: ik doe eens gek. 'Zeg, heb ik misschien te veel croutons', vroeg ik zenuwachtig aan de zenuwachtige kantinejuffrouw. Ik ben namelijk erg autoriteitsgevoelig op sommige momenten die ik van tevoren ook niet echt zie aankomen. De zenuwachtige kantinejuffrouw keek zenuwachtig naar mijn croutons. Ze begon te tellen, gaf dat op, keek toen van een afstandje naar de croutons en hield haar hoofd schuin. Even was alles stil. Ook de mensen achter mij hielden hun adem in. Alleen de croutons bleven doorpraten, omdat ze niet wisten dat het over hen ging.

De zenuwachtige kantinejuffrouw keek naar de croutons alsof ze er toch liever eerst een foto van zou willen maken, deze dan via de geëigende kanalen aan de verantwoordelijken zou willen verspreiden, om er dan vervolgens nooit meer iets van te horen. Geloof mij, zo gaat dat bij ons op Kantoor. Het is om te huilen, maar ook weer om te lachen. Dat is immers vaak zo met dingen.

'Nou ja, het is goed zo!', zei de zenuwachtige kantinejuffrouw uiteindelijk terwijl zij zenuwachtig snoof. Direct daarna keek zij alsof ze wenste dat ze het nooit gezegd had. Maar ze had het gezegd en we hadden het allemaal gehoord. De mensen in de rij achter mij haalden opgelucht adem. Sommigen aten snel een paar croutons uit hun soep. Mijn croutons kregen een giechelbui. Hun allerlaatste, dat wel.