22 maart 2006

lepeltje-lepeltje met de koelkastmonteur

Mijn splinternieuwe koelkast maakte een hoog geluid dat niet hoorde. 'Maar hij dóet het dus gewoon?', zei de man van de winkel. 'Dat wel', zei ik. 'Wat is dan het probleem', zei de man van de winkel. 'Het enge hoge geluid dus', zei ik. 'Want?', zei de man van de winkel. 'Nou eh, dat vind ik dus ... eng', zei ik.

Eerlijk gezegd vond ik het niet écht een eng geluid. Maar eng leek mij de beste omschrijving. Misschien zou de man van de winkel erdoor meegesleept worden. De koelkast zou kunnen ontploffen. Ik zou de dood vinden. De buren zouden mij vinden. En de politie hem dan weer.
'Een eng hoog geluid, zei u' , zei de koelkastmonteur die inderdaad verrassend snel op kwam dagen. 'Exactly', zei ik Engels. Luisterend hief de koelkastmonteur zijn hoofd. Ik deed hetzelfde, voor de vorm dan vooral. Stilte was er, en nog nooit was die zo hard geweest. Zo stil was het zelfs, dat wij mijn kat Boris V. konden horen snurken, ver weg in mijn slaapkamer. Het was een intens tevreden snurken, van iemand die niet wist hoe zwaar het is om een mens te zijn. Ik had een vreselijke zin om mijn kat Boris V. aan zijn miljarden haren naar beneden te sleuren. Maar dat moest wachten.

'Een eng hoog geluid, zei u' , herhaalde de koelkastmonteur. 'Echt!', zei ik wanhopig. De koelkastmonteur keek mij scherp aan. Vond hij mij een hypochonder of beeldde ik dat mijzelf nu in? De koelkastmonteur zuchtte. Toen ging hij zomaar ineens op mijn vloer liggen. Op zijn zij, met zijn benen iets opgetrokken. Zo lag hij daar, met zijn gezicht haast tegen de koelkast aan. Het zag er op een vreemde manier heel huiselijk uit. Ik vroeg me af wat mijn rol nu verder was, want daar hoor je eigenlijk nooit iets over. Ik kreeg een dwaas verlangen om mijn laarzen uit te trekken en er op mij zij naast te gaan liggen, in een soort van lepeltje-lepeltje met de koelkastmonteur. Maar ik bleef staan, omdat ik niet goed kon bewegen.

Nog iets dichter schurkte de koelkastmonteur tegen mijn koelkast aan. Elk moment kon hij bezitterig zijn ene been om de koelkast heen slaan. Ik wreef mijn nek. Mijn koelkast hield zijn adem in. Het was stil op mijn vloer, behalve dan dat de koelkastmonteur diep door zijn neus in- en uitademde. Lief tikte hij de koelkast op zijn schouder. Iiiieeee, zei de koelkast. 'Ooh! Het enge, hoge geluid!', riep ik blij. Ik kon wel dansen, maar dat kon ik niet. 'Ahá', humde de koelkastmonteur. Nu was het wachten op ik zie het al.

'Ik zie het al' , zei de koelkastmonteur. 'Wat ziet u al, koelkastmonteur', vroeg ik. 'Daar moet een nieuwe compressor in' , zei de koelkastmonteur. 'Zoo, dat is een moeilijk woord', zei ik. 'Dat valt wel mee hoor', zei de koelkastmonteur. Kreunend kwam hij overeind. En toen legde hij mij uit in gewone mensentaal uit wat een compressor nu eigenlijk is. Ik zou het jullie graag doorvertellen, maar ik heb eerlijk gezegd dus geen idee.