de metro-columns | jacq. veldman





28 mei 2006

de man met de dubbele agenda

Deze keer doe je het anders, Jacq, zei ik tegen mezelf. Je gaat een sprankelend persoon doen. Je gaat kwinkslagen doen. Je wisselt de kwinkslagen af met intelligente opmerkingen. De mensen vallen om van verbazing.En jijzelf valt zeker, ik herhaal zeker niet in slaap.

Maar al toen ik de vergaderruimte binnenliep, moest ik zo hard gapen dat de tranen mij in de ogen schoten. Het was het oude liedje. Het was alsof iets in mij had bedacht dat deze situatie alleen te handelen was als ik me op een ander bewustzijnsniveau bevond. Mijn oogleden werden zwaar. Ineens was ik in een warm land, met ijsco's en een ijscoboer.

Iets deed mijn oren met een rotgang terugkeren. 'Heeft er iemand nog een agenda voor mij', riep een van de mannen. 'Oh, kijk, ik heb er twee', zei een van de andere mannen. 'Haha, jij hebt twee agenda's', zei de ene man. 'Hij zit hier met een dubbele agenda', zei ik. Zelfs in mijn slaap ben ik nog gevat. Maar niemand hoorde mijn kwinkslag. 'Haha, jij hebt maar liefst twee agenda's', zei de ene man nog een keer. 'Ja, haha!', lachte de andere man. De anderen lachten mee. Ik zat er lijkbleek tussen. Wat was er in vredesnaam grappig aan die opmerking over de twee agenda's? Ik deed mijn mond open om mijn dubbele agenda-kwinkslag nog een keer te maken. Hoe langer ik erover nadacht, hoe briljanter ik hem zelf vond. Maar net toen ik het eerste woord wilde zeggen, bedacht ik me. Dat frustreert me soms nog het meest aan mezelf: dat ik het er bij laat zitten uit pure verbijstering over hoe de dingen gaan.

Langzaam liet ik mezelf achterover zakken in mijn stoel. Als ik nu eens heel langzaam door bleef zakken, dan lag ik over een minuut of tien onder de tafel. Ik zou me dan kunnen oprollen en eindelijk eens een goeie nacht kunnen maken. Iemand hoestte hard. Het was de man van de dubbele agenda. 'We hoeven die discussie hier niet te voeren', zei de man. Daarna voerde hij in zijn eentje uitvoerig de discussie die hier niet gevoerd hoefde te worden. 'Maar we hoeven die discussie hier niet te voeren', zei de man toen hij daarmee klaar was.
Ik rolde met mijn ogen naar L. Die rolde direct terug met haar ogen. L. is mijn bondgenote in deze zaken. Bondgenote en notulist. Haar papier was maagdelijk wit. Dat is ook een statement. Het is de stille macht van de notuliste - om gewoon niet op te schrijven wat er wordt gezegd. 'Laten we naar punt 4 van de agenda gaan', zei L. zwakjes. 'Jah! Jah!', riep ik, om L.'s zwakheid kracht bij te zetten. De mannen keken op. Verwarring was in hun ogen. Hadden zij deze vrouwen ooit eerder ontmoet? Iemand streelde zijn snor. Mannen met snorren, neen!, schreef ik in gedachten op een spandoek. Want zo ervoer ik dat nu eenmaal op dat moment heel sterk.

'Nou goed, zoals ik al zeihei ...', zei de man van de dubbele agenda. Nee hoor, dacht ik. Nee hoor, dat zal toch niet. Maar oh ja, het zou. 'We hoeven die discussie hier nu niet te voeren', zei de man. En opnieuw voerde hij in zijn eentje de discussie die hier nu niet gevoerd hoefde te worden. 'Maar die discussie hoeft hier nu niet gevoerd te worden dus', zei hij toen hij klaar was. 'Mooi, de rondvraag dan ten slotte!' schreeuwde ik bijna. 'Nee hoor', zei de man met de snor. 'We zijn nog maar bij punt 4', zei de man van de dubbele agenda. Want tellen, dat kunnen die verrekte kerels wel.