'Something beautiful may come your way', zong Robbie Williams. Ik keek door het caféraam naar buiten. Het zag er nog niet direct naar uit. Het regende in het dorp dat ik niet kende. En ik had tijd te doden. Ik heb vaak tijd te doden. Ik ben meestal veel te vroeg, uit een verpletterende angst om te laat te komen. Uiteindelijk kom ik trouwens vaak alsnog te laat. Hijgend en vol van een verpletterende angst. Dat komt door het tijd doden. Tijd doden is verslavend. Voordat je het weet dood je alle tijd die je nog had. En meer.
Oorverdovend was het geluid van de melk die borrelend en stomend in het kopje kwam. De regen stroomde gestaag over het raam. Voor dit soort weer was het woord troosteloos uitgevonden. En het zien van gestage regen in een dorp waar je verder nooit komt, is extra troosteloos. Nooit zal ik dit dorp los kunnen zien van de regen die er viel, op deze ene dag. Oh, het is een gruwelijk dorp, zal ik tegen mijn vrienden zeggen die het de hunne weer zullen doorvertellen. Ik kreeg medelijden met het dorp dat kansloos was. Misschien moest ik er in de zomer terugkeren. Maar ik wist nu al dat ik dat niet zou willen.
Mijn cappuccino was klaar. Het was weer stil, op Robbie na dan. Toen klingelde de deur. Even geleden, toen ik naar binnen had gewild, had de deur geklemd. Op geen enkele manier had hij meegegeven, hoe ik mezelf er ook tegenaan had geduwd. Door het glas van de deur kon ik mensen zien zitten. Een klein schokje was door mij heen gegaan. Niets is erger dan tegen een deur duwen die niet open gaat, terwijl je weet dat dat wel zou moeten kunnen. Het gebeurt mij ook vaak bij automatische schuifdeuren. Zwaaiend spring ik dan op en neer, als een veertiger bij een popconcert. Net zo lang tot de automatische schuifdeuren zijn uitgelachen en genadig openspringen.
Een stel van middelbare leeftijd kwam huiverend binnen. Hun tred was kwiek. Hun blik opgewekt. Maar dat deed niets af aan het feit dat ze toch nog steeds van middelbare leeftijd waren. Zijn regenjas was blauw met groen. Die van haar ook. Op de radio had Marco Borsato het stokje van Robbie Williams overgenomen. 'Mij geen moment met rust lááát!', riep Marco wanhopig.
'Hierzo gaan zitten?', zei de man.
'Of daarzo', zei de vrouw.
'Ja, daarzo dat kan ook', zei de man.
'Ik weet één ding, ik neem een appelbeignet', zei de man.
'Ik neem ook een appelbeignet', zei de vrouw.
'Twee appelbeignets', riep de man naar de toonbank.
'En doe mij er ook maar een', zei de vrouw.
'Ik tel gewoon de lege, lange dagen', baalde Marco Borsato. Even slikken en weer doorgaan Marco, dacht ik, ineens geirriteerd. Het leven is maar net wat je ervan maakt. Ik dacht na over de gruwelijke waarheid daarvan. Peinzend roerde ik de bodem van mijn kopje eruit. Toen ik weer opkeek, was er tijd gedood. Alle tijd die ik had. Gelaten stond ik op. Dat van die verpletterende angst en dat hijgen, dat kon nu elk moment gaan beginnen.
23 juli 2006
ik tel gewoon de lege lange dagen
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)
0 reacties:
Een reactie plaatsen