21 juli 2007

de stilte van de stiltecoupé

Ik kocht een eerste-klaskaartje en kwam terecht in een situatie met enorm voor de hand liggende directeuren. Eentje hing er bijvoorbeeld snurkend achterover, met zijn mond half open en met drie onderkinnen daaronder. En er was er een die met zijn buik een stapel papier op zijn plek kon houden. Echte kapitalistische uitbuiters waren het, van het zuiverste soort. Maar ik kon het natuurlijk mis hebben. Niets is wat het lijkt in het leven, dat valt mij wel vaker op.

Een seniore beroepsmilitair met een borstelsnor betrad de coupé. Ik leunde achterover. Een gevoel van intense rust kwam over mij. Beroepsmilitairen kun je er goed bij hebben over het algemeen. Mochten er onverhoopt kwajongens of terroristen binnen komen, dan kende de seniore beroepsmilitair vast wel wat oude trucjes vanuit het leger, zoals noem eens iets pootje haken of duimschroeven aandraaien. De beroepsmilitair zette zijn baret af en viste een mobieltje uit zijn tas. Voor een laatste check naar de kazerne die hij zojuist had verlaten natuurlijk, begreep ik. Om een paar bevelen te blaffen, bijvoorbeeld. Of even uit te zoeken of de eh dingen nog wel in het gelid stonden.

Toen was daar ineens de vingernagel van een jonge vrouw die op het uniform van de beroepsmilitiair tikte. De beroepsmilitair keek verstoord op, omdat dat nu eenmaal bij zijn beroep hoort. 'Meneer, dit is een stiltecoupé, u mag hier niet bellen', zei de vrouw met heldere stem. De beroepsmilitair keek verstoord om zich heen. Ik ook. Op het raam zag ik het woord silence. Verrek.

'Warm anders maar iets op', fluisterde de seniore beroepsmilitair nog snel in zijn mobieltje. Toen drukte hij met militaire precisie zijn echtgenote weg.

Twee mannen kwamen binnen, overduidelijk collega's die dag in dag uit veroordeeld waren tot samen reizen. Je woont in dezelfde plaats, je werkt op hetzelfde kantoor, je zit 's middags samen in de kantine. Hoe lullig zou het dan zijn om in de trein te doen alsof je elkaar niet kent. En hoe stoer zou dat zijn, oh mensen, hoe stoer zou dat zijn! Stoicijns langs je collega heen kijken en als die je aanspreekt zo'n beetje gaan fronsen alsof je door een te amicale zwerver bent aangesproken. En dan in een andere coupe gaan zitten. IJskoud in een andere coupe gaan zitten! Maar deze mannen waren nog niet zover. 'Duuus', zei de ene man. De andere man keek vermoeid naar hem op. 'Ik zeg tegen Gerard, ik zeg...', begon de ene man. Ik keek verstolen naar de jonge vrouw, als was ze onze strenge moeder.

'Hallo, dit is een stiltecoupé, als u wilt praten moet u hier weg gaan', riep de jonge vrouw. De collega's keken als zonen die misschien geen zakgeld gingen krijgen deze week. 'Zullen we ...', gebaarde de ene collega naar een andere coupé. De andere collega schudde zijn hoofd. Zijn wezen was vervuld van opluchting. Stil staarden zij uit het raam. Iemand haalde zijn neus op. Verstoord keek ik om, want dat krijg je ervan. Mijn linkerbeen sliep. Maar stijf bleef ik zitten. Ik had nu eenmaal gekozen voor mijn linkerbeen over mijn rechter, en dan had ik dat maar niet moeten doen.