Vandaag liep ik op het Kantoor te U. een man tegen het lijf die enorm op een kikker leek. Het begon zo. 'Je doet me aan iemand denken', zei ik peinzend tegen de man waarvan ik op dat moment nog niet had bedacht dat hij op een kikker leek. Ik dacht na. Ik dacht oprecht na. Het kon nog alle kanten op. Ik noem een Brad Pitt, ik noem een boer Gerrit, ik noem een Dalai Lama. Iedereen lijkt wel op iemand. Niemand is uniek, behalve ikzelf dan.
Maar toen wrong zich het beeld van een kikker in mijn hoofd. Ik vergeleek de kikker in mijn hoofd met de man tegenover mij, en het antwoord was ja. Ik schrok. 'Ik ben benieuwd', zei de man en hij wachtte geduldig. Nu zijn er veel dingen die je kunt zeggen, maar niet 'Ja, je doet me best wel aan een kikker denken!' Dat weet ik zelfs. Daarom dacht ik voor de vorm nog een tijdje na. En toen schudde ik spijtig mijn hoofd. 'Nou zeg, ik kom er niet op!', zei ik. De man lachte een lach, die duidelijk was bedoeld als een aanmoediging om nog even verder na te denken. Ik denk dat hij zelf ook zo iemand als Brad Pitt in gedachten had, hoewel ik dus persoonlijk niks met Brad Pitt heb.
Ik bestudeerde voor de vorm nog eens het kikkergezicht van de man die op een kikker leek. Ik kneep mijn ogen een beetje dicht, als om alle andere afleidende dingen die zich in mijn gezichtsveld bevonden, buiten te sluiten. Ik moest er nu een beetje voor gaan waken niet al te verbeten over te komen. Ik kan soms heel aanstellerig zijn in mijn leugens. Dan houden ze niet meer op en gaan ze maar door, net zolang totdat ik er zelf in geloof. Het was hoe dan ook tijd om te stoppen, anders kon dit nog wel eens uren gaan duren.
''Potverdorie, ik kóm er gewoon niet op', zei ik op een toon van en nou is het wel genoeg geweest. En om dat laatste te onderstrepen, zwiepte ik nonchalant mijn haren naar achteren. Met mijn wijsvinger zwiepte ik tersluiks weer wat haren terug over mijn schouder. Dat staat me gewoon beter, zeker gezien vanaf de voorkant. Vanaf de achterkant staat het leuker als ik mijn haren naar achter heb gezwiept. Er zijn dagen dat ik niet uitgezwiept raak. De ene keer staan de knappe mannen voor je, het volgende moment achter je. Godsamme, wat zijn die knakkers snel. Het leven is niet zo simpel als je een vrouw bent.
'Hè, jammer', zei de man teleurgesteld. 'Tsja', zei ik en ik haalde mijn schouders op. 'Nou doeg he', zei ik. 'Ja, doeg', zwaaide de kikker. En in zijn loopje was iets van Brad Pitt, hoewel ik eerlijk gezegd niet zou weten hoe dat loopje gaat.