de metro-columns | jacq. veldman





2 oktober 2008

vraag nul uit het handboek voor helpdeskjongetjes

Balen zeg, ik had nog zó aan mezelf gezworen dat ik hier nooit klaagstukjes over helpdeskjongetjes zou neerzetten. Wie eenmaal klaagstukjes over helpdeskjongetjes het licht laat zien, zet daarmee immers de deur open naar méér klaagstukjes. Volgende week dus waarschijnlijk stukje over telemarketeers. Week daarna: de vertragingen bij de NS. Ik word al moe als ik eraan denk.

Hoe dan ook, ik had me daar toch een slécht hélpdeskjongetje aan de lijn, zeg! Het begon ermee dat het helpdeskjongetje al in een vroeg stadium van het gesprek één en één bij elkaar had opgeteld. Het is vrouw. Het betreft hier een computerprobleem. Dwars door mijn heldere schets van de computerprobleemsituatie hier ter plaatse heen stelde het helpdeskjongetje daarom vraag nul uit het Handboek voor Helpdeskjongetjes: 'Zit de stekker er wel in, mevrouw?'

'Wie denk je wel dat je voor je hebt!', siste ik verbolgen, terwijl ik met één schuin oog de stekkers checkte, omdat de ervaring leert dat sommige ingewikkelde problemen via heel simpele handelingen weer kunnen worden opgelost. 'Wel', zei het helpdeskjongetje. 'De ervaring leert dat sommige ingewikkelde problemen...'. 'Ja ja ja ja!', onderbrak ik hem ruw. Het helpdeskjongetje liet zijn zin zo'n beetje wegsterven. Dit gaf mij een geweldig fijn gevoel.

'Laten we nu dan overgaan tot de kern van de zaak', zei ik. 'Dat is prima mevrouw', zei het helpdeskjongetje. Nogmaals schetste ik de computerprobleemsituatie hier ter plaatse. Toen ik uitgeschetst was, werd het stil op de lijn. Dat kwam mij bekend voor. Meestal heeft een of ander helpdeskjongetje dan de verbinding verbroken, uit pure baldadigheid, of omdat het toevallig net 17.00.00 uur is geworden. Het rottige is dat je ze daar naderhand nooit op kunt aanspreken, want de kans dat je nog eens hetzelfde helpdeskjongetje aan de lijn krijgt – die kans is dus min negentien. (Ik geloof niet dat negatieve kansen feitelijk bestaan, maar in dit geval even wel.)

'Kutterdefuk HALLO!!!', riep ik. 'Ja, ik ben er nog, mevrouw', zei het helpdeskjongetje zacht. Ik verontschuldigde mij voor het kutterdefukgedeelte. 'En wat nu?', zei ik. 'Ik kijk even in hetzelfde menuutje als u', zei het helpdeskjongetje. 'Dat is goed', zei ik. 'Euhm...', zei het helpdeskjongetje. 'Wat is er', zei ik. 'Ik kan het uitrolmenu even niet vinden', zei het helpdeskjongetje. 'Gewoon ff via accountsettings, serversettings', zei ik adequaat, terwijl ik ritmisch met mijn vingers trommelde. 'Heuh...', zei het helpdeskjongetje. 'Ja, eerst tools dan ufkurs he', zei ik. 'Oké tof bedankt', zei het helpdeskjongetje.

Ja mensen, na slechts drie minuten ontstond er een situatie waarin het helpdeskjongetje míj moest bedanken, in plaats van andersom, zoals het oorspronkelijk in de bijbel bedoeld is. Ik kon de Here God echt vanuit de hemel horen zuchten, zo van: sjongejonge zeg, zó had ik het dus allemaal niet bedoeld.

Na vier minuten had ik het probleem min of meer zelf opgelost, en het helpdeskjongetje maakte aantekeningen. Dus toen we ophingen, had ik ineens weer heel veel zelfvertrouwen, vooral ook over mezelf. Zo zitten er dus toch goede kanten aan slechte helpdeskjongetjes.