jij mag best wat assertiever worden
Het was in die dagen dat er een bevel uitging van de directeuren van Kantoor: iedereen moest zich ontwikkelen.
'Ik ook???', zei mijn collega D., die denkt dat hij perfect is. 'Jij ook', zei de baas. 'Maar...', zei mijn collega S., die veel van zijn zinnen met 'Maar...' begint (hetgeen ik overigens een heel gezonde attitude vind) en daarna meestal in langdurig stilzwijgen vervalt. 'Totaal geschift want nou ja jemig zeg!!!', zei ik, omdat ik meestal weinig argumenten heb en veel verontwaardiging.
'Wij ontkomen er niet aan', zei de baas, terwijl hij met een extreem fatalistisch gebaar een stapel formulieren op onze bureaus wierp. Op het bureau van collega S. viel terstond een recyclebaar koffiebekertje om. (Maar dat kan ook komen omdat reclyclebare koffiebekertjes nu eenmaal ongelooflijk snel omvallen. Soms hoef je alleen maar met je ogen te rollen en pats daar ligt weer een recyclebaar koffiebekertje op zijn kant. Ik zeg: als de wiedeweerga recyclen die koffiebekertjes en dan bijvoorbeeld in de richting van iets plats dat beslist niet om kan vallen.)
'Krisis kut koffiebekertje!', zei collega S.
'Zeg, mag ik wel een tissue van jou Jacq', zei collega S.
(Ik ben de enige met een tissuedoos op mijn bureau, omdat ik zo vaak moet huilen.)
'Kost tien eurocent', zei ik automatisch.
'Gheghe', zei collega S.
'Ik meen het dus hè', zei ik.
'Gheghe', zei collega S.
'Het is al de vijfde tissue van vandaag', zei ik.
'Gheghe', zei collega S..
Voor vijf keer tien eurocent kun je bijna een halve cappuccino kopen in het café van Kantoor, rekende ik uit.
Ik pakte mijn stapel formulieren op. 'Welke competentie moet u nog ontwikkelen om uw werk goed uit te kunnen voeren?', las ik voor. Ik dacht aan mijn werk en aan de uitvoering ervan. Of eerlijk gezegd probeerde ik uit alle macht te denken aan mijn werk en de uitvoering ervan, maar alles wat ik in mijn hoofd voor me zag, was een weide met schapen die over een hek sprongen. Onwillekeurig telde ik ze, want dat gaat gewoon zo met schapen. Ik kon een gaap niet onderdrukken. Potverdorie, als ik mijzelf nu niet snel tot de orde riep, dan lag ik hier zodadelijk te snurken.
'Maar... wát moet ik dan ontwikkelen', vroeg collega S.
'Jij mag best wat assertiever worden', zei ik, want voor een ander schud ik ze zo uit de mouw, hè.
'Gelul!', zei collega S.
'Gefelici, competentie bereikt', zei ik.
Dus toen waren we weer bij nul.
'Enig idee wat ík dan nog moet ontwikkelen?', vroeg ik aan collega S.
'Misschien kun je wat minder liedjes uit de jaren tachtig zingen', zei collega S.
'Kun je dat ook positief herformuleren', zei ik.
'Dat je wat meer je kop moet houden', zei collega S.
'Bedankt voor je feedback, ik heb daar respect voor', zei ik.
Ik rolde met mijn ogen.
Op het bureau van collega D. viel een recyclebaar koffiebekertje om.
'Gheghe', zeiden collega S. en ik tegelijk.
'Ik ook???', zei mijn collega D., die denkt dat hij perfect is. 'Jij ook', zei de baas. 'Maar...', zei mijn collega S., die veel van zijn zinnen met 'Maar...' begint (hetgeen ik overigens een heel gezonde attitude vind) en daarna meestal in langdurig stilzwijgen vervalt. 'Totaal geschift want nou ja jemig zeg!!!', zei ik, omdat ik meestal weinig argumenten heb en veel verontwaardiging.
'Wij ontkomen er niet aan', zei de baas, terwijl hij met een extreem fatalistisch gebaar een stapel formulieren op onze bureaus wierp. Op het bureau van collega S. viel terstond een recyclebaar koffiebekertje om. (Maar dat kan ook komen omdat reclyclebare koffiebekertjes nu eenmaal ongelooflijk snel omvallen. Soms hoef je alleen maar met je ogen te rollen en pats daar ligt weer een recyclebaar koffiebekertje op zijn kant. Ik zeg: als de wiedeweerga recyclen die koffiebekertjes en dan bijvoorbeeld in de richting van iets plats dat beslist niet om kan vallen.)
'Krisis kut koffiebekertje!', zei collega S.
'Zeg, mag ik wel een tissue van jou Jacq', zei collega S.
(Ik ben de enige met een tissuedoos op mijn bureau, omdat ik zo vaak moet huilen.)
'Kost tien eurocent', zei ik automatisch.
'Gheghe', zei collega S.
'Ik meen het dus hè', zei ik.
'Gheghe', zei collega S.
'Het is al de vijfde tissue van vandaag', zei ik.
'Gheghe', zei collega S..
Voor vijf keer tien eurocent kun je bijna een halve cappuccino kopen in het café van Kantoor, rekende ik uit.
Ik pakte mijn stapel formulieren op. 'Welke competentie moet u nog ontwikkelen om uw werk goed uit te kunnen voeren?', las ik voor. Ik dacht aan mijn werk en aan de uitvoering ervan. Of eerlijk gezegd probeerde ik uit alle macht te denken aan mijn werk en de uitvoering ervan, maar alles wat ik in mijn hoofd voor me zag, was een weide met schapen die over een hek sprongen. Onwillekeurig telde ik ze, want dat gaat gewoon zo met schapen. Ik kon een gaap niet onderdrukken. Potverdorie, als ik mijzelf nu niet snel tot de orde riep, dan lag ik hier zodadelijk te snurken.
'Maar... wát moet ik dan ontwikkelen', vroeg collega S.
'Jij mag best wat assertiever worden', zei ik, want voor een ander schud ik ze zo uit de mouw, hè.
'Gelul!', zei collega S.
'Gefelici, competentie bereikt', zei ik.
Dus toen waren we weer bij nul.
'Enig idee wat ík dan nog moet ontwikkelen?', vroeg ik aan collega S.
'Misschien kun je wat minder liedjes uit de jaren tachtig zingen', zei collega S.
'Kun je dat ook positief herformuleren', zei ik.
'Dat je wat meer je kop moet houden', zei collega S.
'Bedankt voor je feedback, ik heb daar respect voor', zei ik.
Ik rolde met mijn ogen.
Op het bureau van collega D. viel een recyclebaar koffiebekertje om.
'Gheghe', zeiden collega S. en ik tegelijk.