staande gehouden op de plaats delict
Ik moest wachten op de trein.
Ik dacht: wat zal ik nu doen dan.
Ik dacht: ik steek een sigaret op.
Ik deed het.
Na drie bijzonder fijne inhalaties en evenzovele uitblazingen tikte iemand mij op de schouder. Met een ruk draaide ik mij om. In Amsterdam moet je echt uitkijken dat iemand je niet zomaar een mes tussen de ribben steekt, hè. Hoewel het natuurlijk nog maar de vraag is of diegene je dan eerst even beleefd op de schouder tikt om dat aan te kondigen.
'Goedenavond', zei de politieagent.
'Wel hallo', zei ik.
'Het is op het gehele stationsterrein te Amsterdam verboden om te roken volgens wettelijke verordening dit en dat zus en zo et cetera', zei de politieagent.
'Oh jee!', zei ik en staande gehouden op de plaats delict hield ik het corpus delictum weifelend tussen mijn duim en wijsvinger.
'Ja en duhuus...', zei de politieagent.
'Zal ik de sigaret dan maar hier op deze stoeptegel neerleggen?', zei ik, want in de aanwezigheid van polities word ik altijd overdreven beleefd en netjes.
'Och, dat moet je zelf weten wat je met de sigaret doet', zei de politieagent mild, want als het er echt op aan komt, dan kan in Amsterdam natuurlijk alles.
'Oké', zei ik en ik vroeg me af of een laatste trekje door de beugel kon. Nee, kon niet. Ik bukte en legde de sigaret voorzichtig aan mijn voeten neer.
'Nu heb ik jou dus een boete van 75 euro bespaard', zei de agent.
'Nou, superbedankt!', zei ik en ik meende het. (Zeker nu met die kredietcrisis kun je immers elke cent ontzettend goed gebruiken, bijvoorbeeld om levensmiddelen te hamsteren en in je kelder op te slaan hoewel ik persoonlijk geen kelder heb maar het kan ook in een kamer die je over hebt.)
En ik wuifde de politieagent na en hij wuifde terug.
En ik moest nog wachten op de trein.
Ik dacht: wat zal ik nu doen dan.
Ik dacht: ik steek een sigaret op.
Maar net op tijd zei iets in mij dat ik dat beter niet kon doen, noem het God, noem het intuïtie, noem het je innerlijke politieagent, iedereen heeft daar zijn eigen woorden voor.
Ik dacht: wat zal ik nu doen dan.
Ik dacht: ik steek een sigaret op.
Ik deed het.
Na drie bijzonder fijne inhalaties en evenzovele uitblazingen tikte iemand mij op de schouder. Met een ruk draaide ik mij om. In Amsterdam moet je echt uitkijken dat iemand je niet zomaar een mes tussen de ribben steekt, hè. Hoewel het natuurlijk nog maar de vraag is of diegene je dan eerst even beleefd op de schouder tikt om dat aan te kondigen.
'Goedenavond', zei de politieagent.
'Wel hallo', zei ik.
'Het is op het gehele stationsterrein te Amsterdam verboden om te roken volgens wettelijke verordening dit en dat zus en zo et cetera', zei de politieagent.
'Oh jee!', zei ik en staande gehouden op de plaats delict hield ik het corpus delictum weifelend tussen mijn duim en wijsvinger.
'Ja en duhuus...', zei de politieagent.
'Zal ik de sigaret dan maar hier op deze stoeptegel neerleggen?', zei ik, want in de aanwezigheid van polities word ik altijd overdreven beleefd en netjes.
'Och, dat moet je zelf weten wat je met de sigaret doet', zei de politieagent mild, want als het er echt op aan komt, dan kan in Amsterdam natuurlijk alles.
'Oké', zei ik en ik vroeg me af of een laatste trekje door de beugel kon. Nee, kon niet. Ik bukte en legde de sigaret voorzichtig aan mijn voeten neer.
'Nu heb ik jou dus een boete van 75 euro bespaard', zei de agent.
'Nou, superbedankt!', zei ik en ik meende het. (Zeker nu met die kredietcrisis kun je immers elke cent ontzettend goed gebruiken, bijvoorbeeld om levensmiddelen te hamsteren en in je kelder op te slaan hoewel ik persoonlijk geen kelder heb maar het kan ook in een kamer die je over hebt.)
En ik wuifde de politieagent na en hij wuifde terug.
En ik moest nog wachten op de trein.
Ik dacht: wat zal ik nu doen dan.
Ik dacht: ik steek een sigaret op.
Maar net op tijd zei iets in mij dat ik dat beter niet kon doen, noem het God, noem het intuïtie, noem het je innerlijke politieagent, iedereen heeft daar zijn eigen woorden voor.