het oerwoud van knipgrage klootzakken
In het leven moet je soms zware beslissingen nemen. Zeker als het erom gaat dat je iemand wilt dumpen. Dan ga je niet over één nacht ijs, ook niet over twee, maar bijvoorbeeld wel over drie.
Enfin, wat ik zeggen wilde: ik heb mijn kappersmeisje gedumpt. We hebben een mooie tijd gehad, en toch zeker een jaar of twee met veel plezier met de handen in elkaars haar gezeten (ok, zij dan alleen in het mijne), maar uiteindelijk moest ik van haar af. De laatste keer dat we samen waren, had ze mijn haar dermate kort geknipt dat ik spontaan met een zware stem begon te praten, en dat vind ik gewoon niet passend voor een vrouw. Bovendien wil je gewoon je lokken bij tijd en wijle arrogant over je schouder kunnen zwiepen, en toen dat niet meer bleek te kunnen, moest ik mij ineens een heel scala aan andere karaktereigenschappen proberen eigen te maken. Het was een rottijd, dat kan ik jullie wel vertellen.
Het dumpen van een kappersmeisje is overigens op zich niet moeilijk. Een stuk makkelijker in elk geval dan het dumpen van bijvoorbeeld ik noem maar iets een man. Het dumpen van een kappersmeisje gaat als volgt: je maakt gewoon geen nieuwe afspraak meer en dan zinkt dat besef langzaam bij haar binnen. Maar ze weet meestal toch niet waar je woont.
Het enige rotte is dan: je zit ineens zonder kapper. Je bent weer bij nul. Je bevindt je wederom in het oerwoud van knipgrage klootzakken en je hoopt dat ergens op de wereld de Ware Kapper rondloopt, alleen je hebt geen idee of je hem ooit vindt en hoe ver dat met de auto is. En ondertussen groeit je haar. Dat is de eerste maanden een heel fijn iets, omdat je dan langzaamaan weer ('s avonds) de straat op durft zonder petten, mutsen en geschrei. Maar na vijf maanden zie je jezelf in de spiegel en denk je: OMG, dit is best raar. En na zes maanden is het nog raarder. Mensen stoten elkaar aan, achter je rug wordt gegniffeld, de stemmen uit de televisie beginnen weer, enfin de hele mikmak.
Dus dan moet je wel.
Naar een nieuwe kapper.
Allemachtig wat een intro, terwijl ik jullie alleen maar wilde vertellen van kapper M., mijn nieuwe eventuele Ware Kapper. Een volgende keer meer.
Enfin, wat ik zeggen wilde: ik heb mijn kappersmeisje gedumpt. We hebben een mooie tijd gehad, en toch zeker een jaar of twee met veel plezier met de handen in elkaars haar gezeten (ok, zij dan alleen in het mijne), maar uiteindelijk moest ik van haar af. De laatste keer dat we samen waren, had ze mijn haar dermate kort geknipt dat ik spontaan met een zware stem begon te praten, en dat vind ik gewoon niet passend voor een vrouw. Bovendien wil je gewoon je lokken bij tijd en wijle arrogant over je schouder kunnen zwiepen, en toen dat niet meer bleek te kunnen, moest ik mij ineens een heel scala aan andere karaktereigenschappen proberen eigen te maken. Het was een rottijd, dat kan ik jullie wel vertellen.
Het dumpen van een kappersmeisje is overigens op zich niet moeilijk. Een stuk makkelijker in elk geval dan het dumpen van bijvoorbeeld ik noem maar iets een man. Het dumpen van een kappersmeisje gaat als volgt: je maakt gewoon geen nieuwe afspraak meer en dan zinkt dat besef langzaam bij haar binnen. Maar ze weet meestal toch niet waar je woont.
Het enige rotte is dan: je zit ineens zonder kapper. Je bent weer bij nul. Je bevindt je wederom in het oerwoud van knipgrage klootzakken en je hoopt dat ergens op de wereld de Ware Kapper rondloopt, alleen je hebt geen idee of je hem ooit vindt en hoe ver dat met de auto is. En ondertussen groeit je haar. Dat is de eerste maanden een heel fijn iets, omdat je dan langzaamaan weer ('s avonds) de straat op durft zonder petten, mutsen en geschrei. Maar na vijf maanden zie je jezelf in de spiegel en denk je: OMG, dit is best raar. En na zes maanden is het nog raarder. Mensen stoten elkaar aan, achter je rug wordt gegniffeld, de stemmen uit de televisie beginnen weer, enfin de hele mikmak.
Dus dan moet je wel.
Naar een nieuwe kapper.
Allemachtig wat een intro, terwijl ik jullie alleen maar wilde vertellen van kapper M., mijn nieuwe eventuele Ware Kapper. Een volgende keer meer.