de metro-columns | jacq. veldman





22 maart 2009

head first in de dichtstbijzijnde heg

De mooiste bijnadoodervaringen zijn de bijnadoodervaringen waarbij je bijna dood ging maar tóch bleef leven. Het bedankje gaat deze week naar mijn kettingkast, die onlangs tijdens mijn fietstocht van Kantoor naar huis spontaan danwel zeer weldoordacht in twee stukken brak. Hoe dan ook: de ene helft van mijn kettingkast stak zich in mijn voorwiel, stuk twee stak zich in mijn achterwiel. Ikzelf werd van mijn fietszadel gekatapulteerd, zeilde enige tijd door de lucht en en landde head first in de dichtstbijzijnde heg.

Enfin, dat van die heg is dan niet waar, en dat katapulteren eigenlijk ook niet, en oké het zeilen dus in principe ook niet, maar als je stukjes schrijft, dan is het zaak om dermate sterk te beginnen dat de lezer als het ware direct hélemaal in het verhaal zit, zodat die nog een tijdlang puur op adrenaline doorleest en jijzelf de rest van je column laf ineen kan laten zakken, tenminste zo doe ik het dan.

In werkelijkheid stapte ik dus beheerst van mijn fiets, peuterde de stukken kettingkast uit mijn voor- en achterwiel, fluisterde een paar keer de naam van mijn vriend Jezus C. en was heel blij dat ik nog leefde. Direct daarna begaf ik me naar de dichtstbijzijnde fietsenmaker. Die aanschouwde mijn naakte fietsketting, humde wat en gaf mij een leenfiets mee.

Eerst dacht ik: pfff, een léénfiets. Het woord alleen al, hè. Maar de ene leenfiets is de andere niet, zo blijkt. Ik vind het ontzettend lullig voor mijn eigen fiets, maar Ik Wil De Leenfiets Nooit Meer Kwijt! Mijn leenfiets is het soort fiets zoals ze oorspronkelijk in het scheppingsverhaal bedoeld waren. Met mijn eigen fiets doe ik drie kwartier over de rit naar Kantoor, met de leenfiets vier minuten. Ja, daar was ik ook even stil van.

Enfin, hoe lang kun je op een leenfiets blijven fietsen voordat ze hem met geweld bij je komen weghalen, heeft iemand dat wel eens onderzocht? Gisteren belde de fietsenmaker. ' Ja, ik ben op vakantie in... een land ver van hier dus ik kan u ontzéttend slecht verstaan', zei ik - terwijl ik gewoon aan mijn keukentafel zat. 'U kunt uw FIETS komen HA-LEN', herhaalde de fietsenmaker. 'Sorry, ik VER-STA u niet', zei ik. Uiteindelijk hing hij mij op. Eén-nul voor moi.