wat hangt daar voor iets doods op je rug?
Ik was gewaarschuwd. Kapper M. zou een begenadigd kapper zijn, maar tevens een Bijzonder Excentriek Persoon, die niet zou schromen om je te vertellen wat er zoal schortte aan je haar, je make-up, je gezichtsvorm en je hele fokking karakter.
Ik had gefronst. Er zijn maar vier zaken waar ik niet graag kritiek op hoor: mijn haar, mijn make-up, mijn gezichtsvorm en mijn hele fokking karakter. Aan de andere kant had iets van hoop in mij gegloord: dat kapper M. mij op genadeloze, wrede en afbrekende wijze tot de vrouw met het mooiste kapsel van de hele wereld zou toveren.
Dus ik belde kapper M.
‘Met kapper M.’, zei kapper M.
‘Hoihoi met mij dus’, zei ik.
‘Wat is er’, zei kapper M.
‘Kun je een beetje knippen’, zei ik.
‘Ik dacht van wel’, zei kapper M.
‘En kun je ook een beetje kleuren’, zei ik.
‘Ik dacht van wel’, zei kapper M.
‘Wel, dan moesten we maar eens afspreken’, zei ik hees.
En vorige week was het zo ver.
Ik duwde de deur van kapper M. open.
‘Ga daar maar zitten en trouwens je oogmake-up slaat echt nergens op’, zei kapper M.
Ik keek in de spiegel. Mijn oogmake-up sloeg dus echt wel ergens op!
‘Hoezo dat dan’, zei ik.
‘Je lijkt wel een panda’, zei kapper M.
‘Oh, ik had het nog niet uitgesmeerd’, zei ik vaag en het was een leugen en ik dacht: waarom spreek ik toch altijd de waarheid als ik zou moeten liegen en waarom lieg ik toch over dingen waarover je helemaal niet zou hoeven te liegen, want hallo, je bent gewoon je eigen persoon, met je eigen make-upjes!
Ik plofte in een stoel neer.
‘Wat hangt daar voor iets doods op je rug’, zei kapper M., die ondertussen doorging met het knippen van een vrouw of tenminste haar haren dan.
‘Een of ander beest?’, zei ik geschrokken.
‘Nee, je haar’, zei kapper M.
Ik keek kapper M. via de spiegel in zijn ogen.
Hij glimlachte lief naar mij.
Ik glimlachte lief terug naar hem.
‘We gaan er iets moois van maken, Jacq’, zei kapper M.
‘Beloof je mij dat’, zei ik terwijl ik een beetje begon te trillen.
‘Over een jaar zit je haar echt superleuk’, zei kapper M.
‘Dat is… fantastisch om te horen’, stamelde ik.
Ik had gefronst. Er zijn maar vier zaken waar ik niet graag kritiek op hoor: mijn haar, mijn make-up, mijn gezichtsvorm en mijn hele fokking karakter. Aan de andere kant had iets van hoop in mij gegloord: dat kapper M. mij op genadeloze, wrede en afbrekende wijze tot de vrouw met het mooiste kapsel van de hele wereld zou toveren.
Dus ik belde kapper M.
‘Met kapper M.’, zei kapper M.
‘Hoihoi met mij dus’, zei ik.
‘Wat is er’, zei kapper M.
‘Kun je een beetje knippen’, zei ik.
‘Ik dacht van wel’, zei kapper M.
‘En kun je ook een beetje kleuren’, zei ik.
‘Ik dacht van wel’, zei kapper M.
‘Wel, dan moesten we maar eens afspreken’, zei ik hees.
En vorige week was het zo ver.
Ik duwde de deur van kapper M. open.
‘Ga daar maar zitten en trouwens je oogmake-up slaat echt nergens op’, zei kapper M.
Ik keek in de spiegel. Mijn oogmake-up sloeg dus echt wel ergens op!
‘Hoezo dat dan’, zei ik.
‘Je lijkt wel een panda’, zei kapper M.
‘Oh, ik had het nog niet uitgesmeerd’, zei ik vaag en het was een leugen en ik dacht: waarom spreek ik toch altijd de waarheid als ik zou moeten liegen en waarom lieg ik toch over dingen waarover je helemaal niet zou hoeven te liegen, want hallo, je bent gewoon je eigen persoon, met je eigen make-upjes!
Ik plofte in een stoel neer.
‘Wat hangt daar voor iets doods op je rug’, zei kapper M., die ondertussen doorging met het knippen van een vrouw of tenminste haar haren dan.
‘Een of ander beest?’, zei ik geschrokken.
‘Nee, je haar’, zei kapper M.
Ik keek kapper M. via de spiegel in zijn ogen.
Hij glimlachte lief naar mij.
Ik glimlachte lief terug naar hem.
‘We gaan er iets moois van maken, Jacq’, zei kapper M.
‘Beloof je mij dat’, zei ik terwijl ik een beetje begon te trillen.
‘Over een jaar zit je haar echt superleuk’, zei kapper M.
‘Dat is… fantastisch om te horen’, stamelde ik.